Maandelijks archief: november 2014

Coöperaties, contracten en handelaren

Kampala
Uitzicht op Kampala

Maar wat doen we hier nu eigenlijk…? We zijn eerst 10 dagen in Kampala (de hoofdstad) geweest, waar ik een aantal afspraken had om me verder voor te bereiden op mijn onderzoek. Bijvoorbeeld bij SNV, de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie waar ik mee samenwerk, en bij de grootste (en oudste) universiteit van Oeganda, Makerere. SNV heeft vorig jaar onderzoek gedaan in de oliezadensector (daarover zometeen meer) en mijn onderzoek bouwt daar  verder op door. Dus interessant om van hen te horen wat nog openstaande vragen zijn en feedback te krijgen op mijn onderzoeksideeën.

ons tijdelijke huis in Lira
ons tijdelijke huis in Lira

Inmiddels zijn we alweer 2 weken in Lira, Noord Oeganda, vanwaar ik mijn onderzoek ga doen. We wonen momenteel bij andere Nederlanders in huis, die we 2 weken geleden voor het eerst hebben ontmoet (maar waar we aan gelinkt waren via een collega van mij in Wageningen, altijd handig zulke contacten!). We mogen, erg gastvrij, bij hun in huis blijven tot we onze eigen woning hebben. Wat over ongeveer anderhalve week is, we nemen dan het huis van een Spaanse mzungu over die dan weer naar Spanje vertrekt (het lijkt Sinterklaas wel…).

straatbeeld Lira
Straatbeeld Lira

Lira is een stadje van ongeveer 250 tot 300.000 inwoners (niemand die het precies weet), en bevalt ons goed. Lang niet zo druk en hectisch als Kampala, maar genoeg bedrijvigheid, en de meeste dagelijkse dingen lijken hier wel verkrijgbaar te zijn. Zoals de mountainbikes die we meteen maar aangeschaft hebben, en er schijnt zelf een supermarkt met (ingevroren) Gouda kaas te zijn…!

Over onze verdere dagelijkse beslommeringen heeft Stefan al het een en ander geschreven, dus ik dacht, laat ik eens wat meer schrijven over mijn onderzoek (ook omdat de ‘wat we hier doen’ en ‘waar we dat doen’ gedeelten van deze website op de een of andere manier nog steeds niet opgevuld zijn…).

Mijn onderzoek gaat dus over de oliezadensector, oftewel soya, simsim (sesamzaad), groundnuts (soort pinda’s) en sunflower. Dit zijn allemaal gewassen die het hier goed doen, en die boeren in meer of mindere mate voor de markt produceren (als in, ‘in mindere mate’ betekend dat het vooral thuis geconsumeerd wordt, wat vooral voor simsim en groundnuts geldt). Lira is de grootste stad in de regio en een belangrijk ‘hub’ voor de sector: er zitten hier heel veel handelaren die de oliezaden van boeren opkopen, en dan doorverkopen aan ‘millers’: bedrijven die de olie uit de oliezaden persen en vervolgens verkopen als, bijvoorbeeld, zonnebloemolie. Maar er zijn ook millers die hun eigen ‘opkopers’ in dienst hebben, en dus zelf de zaden van de boeren kopen (zogenaamd contract farming). En een derde manier is dat boeren hun zaden aan coöperaties kwijt kunnen, die ze dan weer door kunnen verkopen aan traders, of direct aan millers.

verkoop van simsim
verkoop van simsim

Het is de bedoeling om deze drie kanalen van ‘bulking’ (het ‘ophopen’ van de productie van boeren) in kaart te brengen, en te begrijpen hoe ze precies werken. Onder wat voor afspraken verkopen boeren hun oogst aan handelaren, of aan coöperaties? Waarin verschillen die afspraken van elkaar, en hoe worden die beïnvloedt door bijvoorbeeld de marktprijs, de infrastructuur, de afstand tot Lira? En wie werkt er samen met wie?

Ik kan me voorstellen dat je je dan afvraagt wat het nut hier precies van is, zoals mijn vader vroeg toen ik aan mijn promotie-onderzoek begon: en is dit nou écht nog nooit eerder onderzocht…? Naar 2 van deze kanalen, coöperaties en contract farming, is al behoorlijk wat onderzoek gedaan. Maar het derde kanaal, de handelaren, is veel minder onderzocht. Onder andere omdat dit het meest informele kanaal is. Het wordt daardoor vaak bestempeld als ‘traditioneel’, en er wordt vaak gezegd dat boeren door handelaren (ook wel ‘middlemen’ genoemd) worden uitgebuit, door middel van oneerlijke weegschalen en te lage prijzen. Via een coöperatie bijvoorbeeld krijgen ze waarschijnlijk een betere prijs voor hun oogst omdat er dan geen tussenpersoon is die ook geld wil verdienen, en een coöperatie kan, als ze veel leden heeft, de zaden in een veel groter volume verkopen, waar sommige bedrijven blij mee zijn en meer geld voor geven. Maar… ook een coöperatie kan nadelen hebben voor een boer. Bijvoorbeeld dat een boer op zijn geld moet wachten tot de coöperatie de opbrengst van de verkoop binnen heeft (een paar weken tot soms zelfs een paar maanden), terwijl de middlemen de boer direct cash geeft. Wat van grote waarde is op het platteland waar je niet zomaar een bankrekening hebt waar je je geld op hebt staan, en je dus als ‘spaargeld’ bijvoorbeeld wat zaden in huis hebt die je verkoopt op het moment dat je geld nodig hebt. Een ander voordeel van middlemen is dat zij vaak, voor mensen die in ver afgelegen gebieden wonen, de enige markttoegang vormen. En iets anders is dat handelaren soms net zo goed het idee hebben dat ze door boeren worden benadeeld: boeren maken soms de zakken waarin hun oogst zit zwaarder met stenen en zand zodat ze er meer voor krijgen.

verkoop van zonnebloemolie
verkoop van zonnebloemolie

Goed, ik zal proberen het niet te lang te maken (als jullie even geduld hebben dan kun je hier over 3 jaar mijn boek over lezen ;-)), maar feit is dus dat het trader-kanaal meer aandacht verdient, in onderzoek, maar ook onder ontwikkelingsorganisaties. Ontwikkelingsorganisaties richten zich meestal op de meer formele wegen van markttoegang, zoals coöperaties en contract farming, terwijl de (tussen)handelaren nog in heel veel rurale markten nog steeds een groot deel van de markt in beslag nemen (in Lira ongeveer 60%). Voor ontwikkelingsorganisaties zoals SNV kan het dus interessant zijn om dit kanaal beter te begrijpen, zodat ze zich beter kunnen richten op het ondersteunen van handelaren en hun behoeften.

En wat ben ik dan nu aan het doen? In Lira werk ik samen met een lokale partner van SNV, AFSRT (Agency for Sustainable Rural Transformation), die weer veel contacten in de oliezadensector hebben. Ik heb nu afgelopen week met belangrijke personen uit de sector interviews gehad, om een beter totaalplaatje van de sector te krijgen. En daarnaast wil ik de komende weken vooral proberen veel van het opkopen (bulken) te observeren: door bijvoorbeeld een dag naar een ‘collection center’ van een cooperatie te gaan waar van boeren wordt opgekocht, of een dag met een middlemen mee te gaan naar de boeren van wie hij opkoopt.

En wat Stefan precies doet… dat horen jullie een volgende keer!

PS: voor wie meer wil lezen over het belang van de informele sector voor landbouwontwikkeling: small producer agency in a globalized market.

Wat eten we vandaag?

Wat de pot schaft, natuurlijk. En tegen degene die er meer over willen weten, zou ik willen zeggen: lees vooral door. Ik zal me hierbij trouwens niet beperken tot alleen vandaag, maar wel een poging doen om me te beperken tot eten (en daar aan gerelateerde zaken).

Eten wat de pot schaft, dat klinkt nogal bijdehand. Toch is het in zekere zin zo. Dan wel niet zo zeer wat de pot schaft, als wel wat de markt/winkel schaft (dat is natuurlijk altijd het geval, maar als het aanbod schier onbeperkt is, is het niet echt een beperkende factor en aangezien hier het aanbod niet schier onbeperkt is, leek het mij wel gerechtvaardigd om het aanbod (markt/winkel) als beperkende factor op te voeren). Trouwens, soms ook wel wat de pot schaft (die tussenvoegingen zijn inderdaad niet echt altijd even prettig voor de lijn van het verhaal). Als je in een restaurantje wat bestelt vanuit het menu, is het nog maar de vraag of ze dit daadwerkelijk hebben. Een backupidee is altijd handig. En als je pech hebt, hebben ze dat ook niet. Gelukkig kan je dan altijd terugvallen op een ‘rolex’, een opgerolde chapati (een soort pannekoek, van bloem, water en olie) met ei erin. De reden van de bijnaam ‘rolex’ ontgaat me enigszins, misschien iets van luxe? (Bijnamen zijn eigenlijk ook een soort intertekstualiteit, maar dat terzijde (en dat dan weer ten overvloede, want dat bleek al uit de haakjes).)

Uhm, waar ging het ook al weer over. Eten wat de markt schaft dus. Zo hebben we deze week beslag weten te leggen op het allerlaatste blikje doperwtjes in Lira. Vervolgens hebben we dat meteen verslonden. Pakken wat je pakken kan en eten wat je eten kan. Uiteraard wel in een enigszins beschaafde vorm: doperwtjes met rijst en pompoencurry (of iets wat daar voor door ging (rode uitjes(echte tranentrekkers), tomaten, melk, pompoen, peper en koriander)) en de tweede keer doperwtjes met een hele lading tomaat en zoete aardappels (met als verstekeling een ‘irish’ aandoende ‘potato’ (wat wij gewoon normale aardappels vinden en die hier dus ‘irish potato’ wordt genoemd)). Ander avondeten bestond uit zelf klaargemaakte pasta met tomaat en aubergine (twee keer) en een keer pannenkoeken. 
Pannenkoeken doen het bij ons trouwens ook goed als ontbijt. Al hebben we wel ontdekt dat het met maisbloem toch net andere pannenkoeken worden dan je zou verwachten. Ik toverde in ieder geval iets uit de pan dat meer op rubber leek dan op pannenkoek. Maar een kniesoor die daar op let, het was alleen een beetje droog (zeker als je er pindakaas op doet).

Maar wat schaft de markt nu? Als je een beperkt budget hebt en/of niet bang bent voor lokaal, dan kan je je hart ophalen op de verschillende marktjes van lira: heel veel mandarijnen, heel veel tomaten (grote verscheidenheid in kwaliteit), wat minder zoete aardappels, weinig tot geen ‘gewone’/’irish’ aardappels, weinig tot geen paprika, redelijk wat kool, weinig aubergine, weinig avocado, veel matooke-bananen (ik heb nog geen matooke op, dus daar kan ik verder niet over uitweiden (helaas..), behalve dan dat het vooral in het zuiden hét basisvoedsel is, in dusdanige mate dat ze daar het volgende spreekwoord (of gezegde, daar wil ik vanaf zijn (altijd al die zinsnede willen gebruiken)) hebben: als je geen matooke hebt gegeten, heb je niet gegeten) , weinig tot geen mais (en niet in onbewerkte vorm, het lijkt wel alsof je die alleen in geroosterde vorm kunt krijgen) en redelijk wat uien (allemaal kleine rode), veel (verschillende soorten) bonen, veel rijst en soms dingetjes die wij niet kennen, maar die dan bijvoorbeeld iets als ‘tjie-auw’ heten en wat dan een soort zoetmiddel is (gratis proeven) en waar je dan ook geen flauw idee hebt hoe je dat moet verwerken.

Dus eigenlijk kan je er best wel wat krijgen. Bijvoorbeeld ook trek. En als echte ‘local’ koop je dan ergens langs de weg chapati, een soort van oliebollen (maar dan zonder rozijnen) of gefrituurde casave (ook lekker met pindakaas). Ze houden hier wel van frituren. Ze frituren ongeveer alles wat los en vast zit. Vandaag (maar dat is dan weer een andere dag dan vandaag uit de titel (er zit behoorlijk wat tijd in zo’n blog, ik doe echt mijn best om er een meesterwerkje van te maken) hebben we zelfs gefrituurde chapati op. Maar het mooiste staaltje frituurwerk was gister, of was dat al weer eergister? Ik had gefrituurde vis besteld, maar ik had niet verwacht dat ik dan ook een gefrituurde vis zou krijgen. Waarom ik dat niet had verwacht, begrijp ik met terugwerkende kracht (net als elke weldenkende lezer) ook niet, want waarom zou je niet een hele vis, met alles er op en er aan, in een frituurpan gooien?

The good, the bad and the bug

Allereerst mijn soort van excuses voor wederom een engelse titel. Maar ik kan het niet laten, het dekt precies (ongeveer dan) waar ik het over wil hebben. Of eigenljjk, de titel geeft mooi aan waar ik het over kan hebben. En daarbij, een verwijzing is altijd leuk, hoewel je je af kan vragen in hoeverre er een betekenis aan kan worden gehecht. Aan de andere kant, ik heb geleerd dat ‘intertekstualiteit’ altijd een betekenis heeft (of dat dan waar is, is natuurlijk een tweede, maar ik zal ophouden als in twijfel te trekken, in ieder geval, een poging doen tot). Zo betekent dit dat ik op de hoogte ben van de film en de titel mij in zoverre aanspreekt dat ik hem wil gebruiken. Maar dit allemaal terzijde of inleidend.

Na deze inhoudsloze inleiding, waar niets wordt ingeleid, hoogstens iets wordt uitgelegd, zonder dat het duidelijker wordt, de blog zelf.

Het is mooi weer hier. Het is momenteel 27,2 graden in huis en het is 27,2 graden buiten, in de schaduw. De klok staat op 10:15. Waarschijnlijk zullen er nog wel wat graadjes bijkomen in de loop van de dag. Vandaar dat we vanmorgen al hebben hardgelopen. Rond half acht stonden we klaar om te vertrekken, de zon was al iets langer op dan wij en keek ook wat feller uit z’n oogjes. De ‘guard’ vond ook dat we een beetje aan de late kant waren en zei: “You go running? You are late.” Hoezo zouden alleen Nederlanders bot zijn? Het lopen ging best redelijk, maar het was toch al wel een beetje aan de warme kant…
Nog meer leuke dingen? We logeren nu bij Nederlanders (die er momenteel zelf niet zijn en die we een paar dagen geleden voor het eerst gezien hebben, hoezo zouden Nederlanders niet gastvrij zijn?) en die hebben een vier maanden oude puppy (is het dan nog een puppy?) die luistert (of die zou moeten luisteren) naar ‘Dingo’. Best gezellig een hondje, als je hem niet hoeft uit te laten en hij de hele dag buitenshuis is…
En als blanke kan je je hier verheugen op een onmetelijke populairiteit, in ieder geval bij kinderen. ‘moenoo bye! moenoo bye!’ en dan staan ze echt te stuiteren van enthousiasme. Dat is nog eens wat anders dan een zwarte-pieten-discussie…

Het is niet allemaal zonneschijn (bomvol intertekstualiteit dit blogje), of het is juist allemaal zonneschijn. Het is eigenlijk een beetje warm hier, maar ik zal niet klagen over de hitte, de verzengende, verschoeiende, nietsontziende hitte. Geen woord daarover.
Het is, naast de niet te beschrijven hitte, ook nog een beetje inkomen wat betreft tijdsinschattingen. Hoelang duurt hier bijvoorbeeld ’10 minuten’? Ondertussen al bijna een uur. Typisch een het-duurt-altijd-langer-dan-je-denkt-geval.
Daarnaast is het ook lastig inschatten hoeveel hier iets waard is. Het ene is erg goedkoop, iets anders is opeens normaal Nederlands prijsniveau en weer iets anders (het zou pas helemaal raar zijn als hetzelfde opeens een heel andere prijs heeft) is duur. Zo is een flesje fanta in een barretje 1000 Ugx (shilling) en een pak sap in de ‘supermarkt’ 4000 Ugx. Is een ‘Queen-size bed” 245000 Ugx en een kleine koelkast een half miljoen shilling. (1 Shilling is ongeveer 0,0003 Euro, of, om het iets makkelijker te maken, 1 Euro is 3300 Shilling.) En nog lastiger, soms kan/mag/moet je afdingen en soms mag het echt niet.
En misschien is het de hitte (oeps), misschien is het wat anders, maar we zijn allebei snel moe en een beetje loom. Dat je om acht uur ‘s avonds een boekje gaat lezen en dat je dan om negen uur denkt, dat was een bizar verhaal, maar dat je dan net wakker geschrokken bent uit je droom.

En ja, insecten. Die zijn hier ook. Niet alleen muggen en mieren, maar ze zijn er in allerlei soorten en maten. Ook de immer irritante doodgewone fruitvliegjes zijn van de partij, naast veel te groot uitgevallen bromvliegen die veel herrie produceren, maar nauwelijks vooruitkomen. Het is nog net niet zo erg dat je bij elke beweging die je maakt moet oppassen dat je niet wordt gestoken, geprikt of gebeten, maar veel scheelt het niet. Daarnaast is het natuurlijk ook wel weer leuk om te zien wat ze hier hebben. Om eens te kijken wat voor beestje dat nu is, hoe die zich voortbeweegt, lopend, springend of vliegend. (Altijd schrikken als blijkt dat zo’n beestje ook recht op je af kan springen.) En dan heb ik het nog niet eens over bed bugs  gehad (dat zijn pas bad bugs)…
Maar nu we het toch over ‘bugs’ hebben, mijn e-reader lijkt ook een bug te hebben, het heeft soms meer weg van een eh-reader. De eh-reader is uitgerust (uitgerust, wat is dat ook alweer?) met een intern woordenboek, maar telkens als ik een woord wil opzoeken (niet te lezen als ‘als ik een woord niet ken’), geeft hij aan dat hij het woord niet kent. Of het is een bug, of het komt omdat ik een verliefde ezel ben, eh, aan het lezen ben, van Louis Couperus. Met woorden als ‘vertuit’, ‘nanoen’ (heeft niets te maken met nano-technologie) en zo verder (ga het zelf lezen, zou ik zeggen, het is een echte, zoals men wel zegt, aanrader).