Maandelijks archief: maart 2015

En opeens… is alles anders

Ik voel me haast een oudtestamentische, door de woestijn trekkende israeliet (die, althans in mijn nederige opinie, weer een karikatuur is van de mensheid (zo bezien is het niet gek dat ik me zo voel)).

De donkere luchten pakken zich samen...
De donkere luchten pakken zich samen…

Hoe dat komt? Door een simpel klein regenbuitje, nou, vooruit dan maar, laat ik niet overdrijven, door een fikse paar uur durende stortbui. Opeens zijn alle ergernissen en narigheden van de drukkende, onontkoombare, nimmer aflatende hitte vergeten.

Vergeten dat het douchewater veel te warm werd om je af te koelen, vergeten dat het zo droog was dat het stof je alle hoeken van het huis liet zien, vergeten dat het huis niet afkoelde en je zwetend lag te wachten op de wat koelere ochtend zodat je dan misschien een paar uurtjes kon slapen voordat het alweer te warm was, vergeten, dat alles is vergeten.

De douche is zoveel kouder dat het een wonder is dat we nog niet verkouden zijn, alle wegen zijn modderig en plakkerig, alles is eigenlijk modderig, je kan sowieso nergens heen omdat het zo hard regent, uberhaupt wil je ‘s ochtends je bed niet uit, omdat het zo koud is.

Waar is toch de droge tijd? Toen hadden we het eigenlijk toch best goed…

Een eigen huis, een plek onder de zon

IMG_3060Dan eindelijk eens een blog over ons huis! Dat had al veel eerder gekund, we wonen hier al sinds half december. Maar, als een degelijke huisvrouw leek het mij leuk om dan wel foto’s te kunnen laten zien van een gezellig ingericht huis. En nu hadden we begin januari, toen we net terug waren van onze kerstvakantie, meteen meubels besteld zodat we daar nog lang van konden genieten. En daar dan snel, eind januari ofzo, over zouden kunnen bloggen.

IMG_3385
het kastje en het tafeltje

Deze blog ben ik begonnen te schrijven op de dag (donderdag 5 maart) dat het 2e en laatste meubelstuk, een koffietafeltje, aangekomen is. Inderdaad 2 maanden nadat we het besteld hebben. Alhoewel de timmerman er 3 dagen geleden pas aan was begonnen. Maar dat was dan wel de 2e versie van het tafeltje. En nee, wij snappen oprecht óók niet hoe dat allemaal zo lang heeft kunnen duren, en waarom er niet alleen van het tafeltje, maar ook van het boekenkastje (ons huis is uiteraard niet compleet zonder boekenkast) 2 exemplaren zijn gemaakt…

bank en eettafel
bank en eettafel

Terug naar het begin: in januari hebben we eens goed rondgekeken op de ‘IKEA-straat’, een straat waar de meeste timmermannen zitten, allemaal druk met het maken van bedden, kasten, tafels en stoelen. Dan vergelijk je er een paar, onderhandel je bij een paar over de prijs (waarbij je uiteindelijk bij iedereen op dezelfde prijs uitkomt) en denk je uiteindelijk verstandig een keuze te hebben gemaakt en betaal je de helft aan. Deze meneer zou na ongeveer een week de meubels af hebben. Dat duurde sowieso wat langer, want dat is hier nu eenmaal zo, het hout moest nog gekocht worden, nog wat verder drogen, maar na 2 weken kwam dan toch het telefoontje dat het allemaal af was. Dus wij naar de timmerman. Toen bleek het niet echt mooi gelakt te zijn (strepen, druipers, en wat je je verder bij slecht gelakt hout kan voorstellen). Het leek ons dat hij dat wel beter zou kunnen, dus gevraagd of dat zou kunnen. Dat was prima, maar dan had hij nog wel wat extra geld nodig omdat hij het dan bij iemand anders ging laten lakken, maar het zou niet duurder worden. Leek ons geen gek verhaal, dus de rest van het geld betaald. Oeps.

keuken
keuken

Daarna duurde het maar en duurde het maar, elke week gingen we wel even langs en belden daarnaast ook nog af en toe maar was het nog niet af, of het stond bij iemand anders, en had hij opeens het kastje helemaal overnieuw gemaakt, want er was iets mis gegaan(?!), en het tafeltje was plotseling nergens meer te bekennen. Tot we uiteindelijk na zes weken wachten (en toch wel enigszins gefrustreerd raken) besloten langs te gaan en niet weg te gaan zonder meubels. Dat lukte met het kastje (in eerste instantie zou het kastje bij iemand anders staan, toen wilden we daar wel langs gaan, maar dat kon niet, want diegene was er niet en hij had het telefoonnummer niet (in Oeganda heeft iedereen iedereens telefoonnummer) en toen bleek hij het opeens in twee minuten tevoorschijn te kunnen toveren) maar nog niet met het tafeltje. Daar dan maar heel duidelijke afspraken over gemaakt, en nu hebben we ze eindelijk allebei. En toch snappen we gewoon echt niet hoe het nou zo lang kon duren. En vooral, waar zijn de 1e versies gebleven? Had ‘ie die al verkocht? We hebben in ieder geval wel geleerd dat je in zo’n geval nooit van te voren al het geld moet geven (wat andere Oegandezen ook beaamden), want dan geeft hij het wellicht uit aan iets anders, terwijl hij anders een motivatie had gehad om het af te maken.

slaapkamer
slaapkamer

Ik wil hier geen klaagzang opzetten over domme Oegandezen die alles veel te langzaam doen en niet snappen hoe ze klanten moeten behandelen. Twee van de meest belangrijke dingen die ik tijdens mijn bachelor Ontwikkelingsstudies heb geleerd, is dat je ervan uit moet gaan dat mensen gemiddeld genomen waar dan ook ter wereld hard werken en hun familie willen kunnen onderhouden. En ten tweede dat cultuurverschillen altijd groter zijn dan je denkt, en wat voor mensen hier logisch is, voor ons helemaal niet logisch lijkt, en andersom. Aan de andere kant, misschien proberen we ook wel teveel het te snappen, en hadden we gewoon domme pech.

de douche
de douche

Maar dat het belangrijk is of je alles in een keer voorschiet of niet zegt wel iets over hoe hier met geld omgegaan wordt. Ik heb zo geen cijfers paraat over hoeveel mensen een bankrekening hebben, maar die open je niet zomaar. Heel veel mensen hebben dus alleen maar cash geld, of investeren het in grond of het bouwen van een huis. Wij herkennen dat het fijn is als het ‘het einde van de maand is’, maar verder is bij ons het hebben van geld op je rekening (hopelijk) een vast gegeven. Terwijl het hier vaak veel meer als ‘zoeken naar geld’ bestempeld wordt. Wat ik ook weer terugzie in mijn onderzoek. Begin februari begonnen de scholen weer (december en januari zijn, zeg maar, de grote vakantie hier) en dan is iedereen ‘op zoek naar geld’ om schoolgeld voor de kinderen te betalen. Waardoor er ook meer oogst van boeren verhandeld wordt. Dan zou je denken dat mensen dat toch kunnen plannen, maar als je zo afhankelijk bent van landbouw, of het genoeg regent en je een goede oogst hebt van je gewassen, dan is dat al wel ingewikkelder. En daarnaast kunnen op elk moment familieleden aan kloppen voor een bijdrage aan een begrafenis of een ziekenhuisbezoek, en betaal je, als je wat beter in de financiën zit, niet alleen schoolgeld voor je kinderen maar ook voor neefjes, nichtjes of jongere broertjes en zusjes.

Maar goed, terug naar ons huis. Je vraagt je misschien ook af waarom we überhaupt in meubels geïnvesteerd hebben, maar het idee is dus dat ik/we van oktober tot februari 2016 hier weer zijn, en aangezien de huur erg laag is willen we dit huis proberen onder te verhuren zodat we straks in oktober er meteen weer in kunnen. En dan nog eens 5 maanden van de meubels kunnen genieten…

logeerkamer / fietsenhok
logeerkamer / fietsenhok

En waar wonen we eigenlijk? We wonen op een ‘compound’, wat betekent dat er een muur met prikkeldraad om ons huis heen staat. Niet dat het hier nou zo gevaarlijk is, maar het is toch ook wel weer prettige bescherming, zeker omdat mensen ook wel weten dat de gemiddelde blanke waarschijnlijk meer waardevolle spullen (bijvoorbeeld 3 laptops (momenteel een extra te leen), 2 camera’s, 2 e-readers en ook de nodige cash omdat je hier nou eenmaal niet kan pinnen in winkels) in huis heeft dan de gemiddelde Oegandees… We wonen wel lekker Nederlands in een rijtjeshuis, met in totaal zo’n 8 huisjes. Het is een mooie ruime compound, met een veranda, tuintje, en een flink stuk gras wat door de buurtkinderen ontdekt is als een goed voetbalveld. Overdag is de ‘gate’ namelijk niet op slot (er zijn ook compounds waar dat wel zo is) dus kunnen kinderen (of wie dan ook) zo naar binnen.

IMG_3381
het horgordijn

Ons huis heeft een woonkamer, 2 slaapkamers, een aparte wc en een aparte (koude) douche, en een keuken. Ze doen hier niet aan halletjes, je stapt zo van buiten naar binnen. En helaas ook niet aan een hordeur (gelukkig wel aan ‘horramen’). In het begin deden we zodra het donker wordt (= muskieten, en we willen natuurlijk geen malaria oplopen) de deur maar dicht, maar dat is weer erg warm, dus nu draperen we zelf elke avond een muskietennet voor de deur, dat werkt gelukkig ook. Ook noemenswaardig is dat het hele huis tegels heeft, en dat dat heel normaal is hier. Wel handig voor het dweilen en je huis stofvrij proberen te houden.

de entree
de entree

Dit is voor mij de eerste keer dat ik langer in het buitenland ben en ook echt een eigen huis heb. Dat is weer een nieuwe ervaring (naast een 1 maand gastgezin en 2 maanden gastgezin / hostel in Ecuador, en 3 maanden een kamer delen in een hostel in Kenia), en het is erg fijn om echt je eigen plek te hebben, je tas uit te kunnen pakken, zelf enigszins over een inrichting na te kunnen denken en je plek gezellig te maken. Er komt wel weer bij dat je dan ook verantwoordelijk bent voor het betalen van gas, elektriciteit en water. En dat je niet automatisch stroom via een generator hebt als de stroom uitvalt. En dat je zelf je huis schoon moet houden…

Strak man!

Zo, gisteren weer eens het vooroordeel dat blanke gek zijn bevestigd. En dat niet alleen door midden op de dag te gaan fietsen. Alhoewel, nu ja, ‘het begon allemaal’ bij de voorbereidingen. Om te fietsen heb je een wielershirt nodig. Dat kan je proberen te ontkennen, maar dat zal niet gaan. Toen ik op de markt liep, zag ik opeens een wielershirt hangen. Maar helaas, een ‘L’, van veeL te groot voor Stefan. De verkoper was het daar, naar ik dacht vanuit verkooptechnisch oogpunt, niet mee eens. Vooruit, dacht ik bij mezelf, proberen kan altijd. Dus ik doe hem over mijn shirt aan (zo’n stralende witte buik kan ik de Oegandezen natuurlijk niet aan doen) en inderdaad, zelfs met een t-shirt eronder lubert-ie aan alle kanten. ‘Zie je wel’ wil ik zeggen, maar ik hoor: ‘Oh, hij past precies.’ En hij meent het nog ook.

‘Nee, hij moet strak zitten, echt strak.’

‘Haha, strak, hij zit toch helemaal goed. Doe je aan voetbal?’

Aha, dat verklaart het een en ander.

‘Nee, ik fiets.’ Mmm, dat klonk alsof ik er trots op ben. Ik wijs voor de duidelijkheid op het logo met een fiets dat op het shirt staat ‘En een fietsshirt moet strak zitten’ (ik wil haast toevoegen, ‘vraag maar aan mijn kringleider’, maar ik denk dat dat alleen maar meer vragen oproept(maar misschien heb ik op deze manier wel een evangelisatiekans om zeep geholpen)).

‘Echt strak? Hij’ en hij wijst naar een kleermakertje, terwijl hij zijn lachen haast niet kan inhouden, ‘kan hem wel strakker voor je maken.’

Nou ja, vooruit dan maar. Ik doe het shirt nog een keer aan en laat zien hoe strak het moet zitten. Drie hangjongeren hebben me in de gaten (hoe kan je een blanke niet in de gaten hebben) en zien wat ik wil. ‘haha, strak.’ en ik lach gezellig mee. Ondertussen heeft de kleermaker het shirt verschillende malen onder de naaimachine door gehaald en ik kan het nog een keer proberen. Kijk, dat lijkt er meer op. Helemaal controleren lukt niet met een t-shirt eronder, maar die kleermaker heeft wel een timmermansoog. Zonder meetlint, hop, in een keer klaar. Er echt trots op zijn, wil niet helemaal lukken, omdat elke Oegandees in een straal van twintig meter dubbel ligt van het lachen. ‘Haha, dat shirt.’ ‘Ah, muzungu!’ ‘Strak, strak.’