Maandelijks archief: mei 2015

op de weg terug

Om de draad van het dagelijkse bestaan maar op te pakken,  ben ik weer gaan wielrennen. De bekende uitspraak ‘de tour win je in bed’ is alleen van toepassing tijdens de tour zelf, naar aanloop van de tour hoort het bed er wel bij, maar veel kilometers maken ook, dat vooral. Niet dat ik nu op weg ben naar de tour (in zekere zin ook weer wel natuurlijk), maar ook ik moet veel kilometers maken. Nu kan dat op twee manieren (eigenlijk drie, maar de derde is een combinatie van de twee manieren), namelijk heel veel korte afstanden fietsen of af en toe heel lange afstanden (en de combinatie is dus heel veel lange afstanden fietsen). Omdat het altijd weer meer tijd kost dan je denkt voordat je op de racefiets zit en weg bent, zijn lange afstanden veel logischer. Of het dan heel logisch is dat je een tocht in België gaat doen, is dan wel de vraag. Waarschijnlijk niet. Want dan is de kans aanwezig dat je op zaterdag om 4.15 (‘s ochtends!) wordt opgehaald. En dat was dan ook zo. En ‘s ochtends is het nog best koud, zo koud dat als het drie of vier keer zo warm wordt, het nog steeds koud is. Maar toch vertrokken ik en ‘mijn mannen’ (het voelde in de loop van de dag echt als mijn mannen, die mij nog een beetje in koers hielden) met een goed gevoel. Hoe ver kon 217 km nu zijn?

Best wel ver eigenlijk, ik zou bijna willen zeggen: te ver. Vooral omdat ik blijkbaar mijn klimcapaciteiten in Oeganda heb laten liggen, wat niet handig is in “de Waalse pijl” met z’n 4000 hoogtemeters (dus te vergelijken met een berg van 2500 meter hoogte en een van 1500 meter (of twintig hellingen van 200 meter hoog)). Elke meter omhoog was er eentje teveel, mijn snelheid daalde net zo hard als de weg steeg. Gelukkig bleven mijn “ploeggenoten” een beetje op mij letten en kon ik me enigszins in hun kielzog naar boven sleuren. Jammer genoeg konden ze weinig aan de temperatuur doen en helaas ook niets aan de regen. De laatste 40 km leken enigszins op een marteling. Koud, koud en nog eens koud. Verstijfde bovenbenen, vingers zonder gevoel, tenen die alleen nog maar door schoenen bij elkaar werden gehouden, een nek die nog maar in een positie geen pijn deed, over schouders en armen zwijg ik maar. De laatste kilometers gingen gelukkig naar beneden, anders was ik nooit aangekomen.

Maar de kilometers zitten in de benen, een verrekt effectieve dag wat dat betreft. Nu nog de rest van het dagelijkse leven oppakken.

Terug… En toen?

We zijn er weer. Hebben al weer veel familie en vrienden gezien. Zitten weer in ons eigen huis. Haast alsof we niet zijn weggeweest. Behalve dan dat degene die zei dat je lichaam dan wel met het vliegtuig kan gaan, maar dat je geest te paard er achteraan komt een wijs man (ik ga er voor het gemak er even vanuit dat het een man is, hoewel ik nu wel extra uitleg moet geven, dus was ‘iemand’ wellicht beter geweest) is. Oftewel, we voelen ons nog niet helemaal thuis, vandaar dat de blog ‘Terug… en toen?’ heet en niet ‘Thuis… en toen?’, hoewel dat eigenlijk een betere titel zou zijn.

Het is gewoon een beetje raar (dat we binnen een paar dagen op drie verschillende plekken hebben geslapen, helpt wellicht ook niet) om weer in nederland te zijn na zolang weg te zijn geweest  (zolang, dat sommige neefjes en nichtjes je niet meer herkennen… en wij hen bijna niet meer). Het is niet echt te omschrijven (en de vraag is of dat nodig is, maar vooruit, daar gaat-ie). Misschien is het te vergelijken met de automatische piloot. Je doet alles precies zoals het hoort, maar je bent er niet helemaal bij. Je loopt opeens gewoon in de supermarkt (die toch wel overweldigend groot is), je rijdt plotseling weer rechts (alhoewel, soms ook niet…), je kijkt naar jezelf en je ziet iemand in spijkerbroek, trui en sokken en denkt, hu, ben ik dat? Je hebt net zuurkool gemaakt en denkt na een paar happen, gek eigenlijk, dat ze hier zuurkool hebben (en dan ook nog zo heel erg lekker). Dat je water uit de kraan drinkt en je je opeens afvraagt of dat wel veilig is. Zoiets is het een beetje.

Het voelt precies als de eerste dagen in Lira, alleen dan andersom. Toen was er geen sprake van een automatische piloot, wisten we niet hoe en wat we moesten doen om te overleven (enigszins aangedikt), maar deden dat in ieder geval bewust. Nu is overleven een fluitje van een cent, maar hebben we geen enkele notie van wat we aan het doen zijn.

Voor de laatste keer… en voor het eerst

Met enige tegenzin begin ik aan deze blog. Een blog die ik al bijna een week van plan ben om te schrijven, maar eigenlijk helemaal niet wil schrijven. Zoals ik tegen iemand zei “het zit erop”, maar dat dekt toch niet helemaal de lading. Er was in ieder geval geen enkele spoor van opluchting in mijn stem te vinden. Binnen een paar dagen is het zover. We gaan weer naar Nederland. (Oeps, inmiddels zijn we er  al.)

De tijd van dingen voor de laatste keer doen is dus aangebroken. Tijd voor de laatste keer dit en de laatste dat… De laatste keer fietsen, de laatste keer kantoor, de laatste chapatti, de laatste blog, de laatste keer ‘the village’.

Tijd om afscheid nemen van onze vriendjes en vriendinnetjes hier; collega’s, chapattiverkopers, fietsenmakers, timmerman, ananasventers, klerenmakers, dominee, bodarijders en noem maar op.

Maar op de een of andere manier is het ook tijd om dingen voor het eerst te doen (afgezien van het bijdehante ‘voor het eerst afscheid nemen’). Zoals zelf boda rijden, zelf chappati maken, of heel simpel, voor het eerst verbranden (en dat in het regenseizoen…), een paar potjes pool achter elkaar winnen (en voor mirjam: van stefan winnen met poolen), een spijker in je band tijdens het fietsen (heel twijfelachtig op nog geen 50 meter van een fietsenmakertje).

Zo blijkt, er is altijd tijd voor iets, zeker in Oeganda.