Maandelijks archief: november 2015

over wat ik hier doe, wat vertouwd is, wat went en wat niet went

Ik geloof dat ik er deze keer nog even aan moet wennen dat ik geen persoonlijke blogschrijver mee heb ;-), het zit al dagen, weken in mijn hoofd om een blog te schrijven en het moet er nu dan toch maar eens van komen! Omdat er inmiddels al een maand voorbij is, en er zoveel te schrijven valt, heb ik geprobeerd (gestructureerd als ik ben) alles wat er te schrijven valt in verschillende categorieën onder te brengen… Zie hier het resultaat.

Wat ik hier nu eigenlijk doe

Kort gezegd: onderzoek. Voor mijn PhD, of anders gezegd promotie; in ieder geval nog steeds hetzelfde onderzoek als waarvoor ik de vorige keer in Oeganda was. Ik doe dat ook nog steeds vanuit hetzelfde stadje, Lira, in Noord-Oeganda (alhoewel ik nu ik dit typ even niet in Lira ben maar in Apac, een naburig dorp van waaruit ik onderzoek doe naar handelaren die direct van boeren opkopen, de eerstelijns handelaar zeg maar). Aangezien het onderwerp ook nog steeds hetzelfde is hoef ik daar dus eigenlijk niet zoveel meer over te zeggen… ;-) (als je er nog meer over wil lezen zie deze blog) Mijn onderzoek gaat over de verschillende kanalen die er zijn via welke boeren de productie die ze willen verkopen op de markt brengen. Hier rondom Lira zijn daar drie kanalen voor: handelaren, boerencooperaties, en ‘agenten’ van een grote verwerker van zonnebloem en soyazaden. Dat is dus wel vooral voor die producten, terwijl cooperaties en vooral handelaren ook andere dingen opkopen zoals mais en bonen. Maar de belangrijkste producten die boeren verkopen zijn deze oliezaden: soya, sesam en zonnebloem. Ik probeer te onderzoeken hoe die kanalen nou precies werken, wat nog best een hele klus is, en ze ook met elkaar te vergelijken. Hoe functioneren ze nou precies, welke functioneert het meest efficiënt en waarom, waar krijgt een boer de beste prijs, etc. En met deze informatie krijgen bijvoorbeeld ontwikkelingsorganisaties hopelijk beter inzicht in hoe de markt precies werkt en hoe ze boeren én opkopers beter kunnen ondersteunen. En waarom dit nou relevant is (zoals mijn vader dan vraagt ;-)), is omdat er vaak meer aandacht wordt besteedt aan de boer en hoe die produceert, dan aan deze volgende, maar nogal belangrijke, stap in de keten van voedsel verkopen. Dit is ook een reden waarom ik eigenlijk weinig boeren interview, maar dus vooral de mensen met wie boeren te maken hebben. En daarnaast wordt er weinig gekeken naar het functioneren van deze verschillende kanalen naast elkaar, en komen handelaren er in onderzoek ook nogal bekaaid af. Genoeg redenen dus.

even wennen: produce line (de straat met alle handelaren) is geasfalteerd!

En dan nog iets specifieker: ik ben hier nu vier maanden, en qua data collectie ben ik bezig om nog wat ‘gaten’ van de vorige keer op te vullen, wat erg leuk is om te doen, omdat je in interviews bouwt op wat je al weet en heel specifiek opheldering over bepaalde dingen kan vragen. En daarnaast ‘nieuw’ onderzoek, ik had nog weinig met ‘doorstep traders’ zoals ze genoemd worden gepraat (waarom ik nu dus in Apac ben) dus daar focus ik nu op. En ik ga een survey doen onder alle drie de type opkopers, om ze goed met elkaar te kunnen vergelijken. Dat wordt nog een hele uitdaging (ook bijvoorbeeld, hoe en op welk niveau vergelijk je ze precies?), maar lijkt me ook erg interessant. En daarnaast begeleid ik nu ook een masterstudent uit Wageningen, Djuna, die nu ook hier is en onderzoek doet onder cooperaties. Ook een leuke nieuwe uitdagning, en leuk dat zij zo goed kan belichten hoe een cooperatie werkt, zodat ik weer tijd aan andere dingen kan besteden. En ik vind het ook belangrijk om iets van de kennis die op doe te delen. Vandaar dat ik twee weken geleden weer even in de hoofdstad was om een presentatie te geven over de resultaten van mijn eerste veldwerk bij het ‘nationale oliezadenplatform’, een platform waar iedereen die iets in oliezaden doet (boerenorganisaties, financierders, zadenverkopers, opkopers, verwerkers van oliezaden) vertegenwoordigd is. Dat was erg leuk om te doen!

Wat vertrouwd voelt

ook de buurmeisjes hadden ‘auntie Mirjam’ gemist.

Ik ben niet voor het eerst langere tijd in het buitenland, maar het is wel de eerste keer dat ik weer terug ben op een plek waar ik al langer gewoond hebt. Dat is een erg leuke ervaring, alles voelt snel erg vertrouwd en je weet al, voor zover je dat als blanke in een half jaar tijd leert natuurlijk, hoe alles werkt. In wetenschappelijke termen: je weet al enigszins welke instituties er zijn, oftewel hoe je je ongeveer moet gedragen, in welke supermarkt je wat kan halen (alhoewel ik afgelopen weekend kaas heb ontdekt in een supermarkt wat me vorig half jaar kennelijk nog niet gelukt was…), welke restaurants er zijn en hoe duur een ritje op een boda (motor, de lokale taxi) is. Zelfs het huis waar ik in woon is hetzelfde (dat hadden we onderverhuurd). En dan heb je als je er net bent ook maar een klein beetje het gevoel van ‘waarom vond ik het ook alweer een goed idee om weer eens vier maanden van huis weg te zijn’ (in een echt nieuwe situatie heb ik dat meestal een stuk sterker, is die mythe ook weer van de baan dat het allemaal alleen maar een groot leuk avontuur is ;-)). Ook erg leuk om allerlei mensen weer te zien! Het favoriete gezegde hier voor als je er langere of kortere tijd (en kortere tijd kan 1 dag zijn) niet geweest bent is ‘you were lost!!’. Dat dus erg vaak gehoord. Gevolgd met: ‘How is Steve?’ En/of ‘Where is Steve?’, of met ‘what did you bring for me?’…

nog steeds hetzelfde huis

En dan zijn er nog wat andere dingen zoals dat ik tegen Oegandezen meteen weer in een meer Oegandees Engels verval, ik een mug zag en me meteen weer elke avond met deet insmeer, het leuk is dat je hier altijd zo makkelijk smalltalk gesprekjes met mensen hebt. Zeker nu ik de taal (Lango, wat in het Noorden gesproken wordt) wat beter kan en een hele stortvloed aan beleefdheden kan uitwisselen. Maar helaas houdt het toch op een gegeven moment op en moeten we weer op het engels over. En dat kinderen meestal dolenthousiast naar je zwaaien en je munu of mzungu noemen. Alhoewel ik er vandaag een liet schrikken, dat kan ook.

Wat toch even wennen is

Andere dingen zijn toch nog even wennen. Ze rijden hier links, het stuur zit rechts, en dus wilde ik toen ik aankwam op het vliegveld aan de bestuurderskant instappen… Het is ook wennen om hier niet met Stefan te zijn. In het begin dacht ik soms in een reflex, bijvoorbeeld op de terugweg van een interview, nou dan kan ik zo even aan Stefan vertellen hoe het was, tot ik me dan weer realiseer dat hij er deze keer helemaal niet is (hij komt wel langs met kerst en oud & nieuw, hoera!). Maar gelukkig is er genoeg moderne media om elkaar op de hoogte te blijven houden :-). Daaraan gerelateerd is het ook wennen om in mijn eentje een huishouden te bestieren! Men kan wel denken dat die arme Stefan nu alles alleen moet doen, maar ook ik moet alleen een huis schoonmaken, boodschappen doen, koken, enzovoorts… En dat eigenlijk (op kamers wonen daargelaten) voor het eerst van mijn leven! Maar ik redt het wel hoor ;-) Over het huis gesproken, de koude douche (in ons huis hebben we geen warme douche) is ook weer even wennen… Het lukt me steeds beter om er gewoon meteen onder te springen, en dan valt het op den duur best mee. En de beste strategie is om zodra je thuis bent en nog lekker warm en plakkerig bent te gaan douchen, dan is het tenminste verfrissend.

Wat niet went

Sommige dingen blijven gewoon een beetje irritant. Ze accepteren hier bijvoorbeeld geen dollars ouder dan 3 jaar (dus van onder 2012 als ik het nu goed zeg), omdat er een groot fraudeprobleem geweest is met dollars. Toen ik wegging had ik nog even snel dollars gepind op Schiphol, bleek dat er een briefje van 100 dollar bijzit die ze hier niet accepteren. Toch onhandig als je daar je visum mee wil betalen (maar gelukkig had ik er nog 1 die het wel deed). Of dat je om 5u ’s ochtends op het vliegveld staat en de taxi die je op komt halen er niet is omdat ‘ie pech heeft met de auto, en je vervolgens nog drie kwartier op zijn vervanger moet wachten. Welkom terug in Afrika. Sowieso, ik acht mijzelf toch altijd enigszins flexibel met tijd, maar het lukt ook maar niet om eraan te wennen hoe Oegandezen met tijd omgaan. En elke keer denk ik, nu weet ik toch wel dat iemand een of twee uur te laat kan komen, of helemaal niet, maar elke keer als ik een afspraak maak kan het weer zomaar mis gaan en ben ik weer een beetje gefrustreerd. En ik weet ook dat als je met een bus wil het nog twee uur kan duren voor hij vertrekt, en ook dat went nooit. Toch knap hoe geduldig mensen hier zijn, denk ik dan maar. Daar kan ik kennelijk nog een hoop van leren. Maar ja, de tegenhanger ervan is dat sommige dingen opeens wel zomaar geregeld zijn, dat is dan weer mooi meegenomen.

hagelslag, zodat je pannenkoek met hagelslag kunt eten

En wat serieuzer gezegd, het went toch ook niet helemaal dat verschillen tussen Nederland en Oeganda gewoon zo groot zijn. Daar kom ik dan met mijn twee koffers (misschien ook iets als dat als je 31 bent je niet meer hoeft te bewijzen dat al je spullen in één backpack passen ;-)) vol met eten wat je hier niet kan krijgen (goede chocola, dropjes, stroopwafels, hagelslag, muesli, gedroogde worst, sinterklaasvoer), met een laptop, twee telefoons (smartphone en een oude nokia want ik wil niet dat iedereen me met mijn glimmende smartphone ziet, alhoewel er hier eigenlijk ook wel steeds meer smartphones zijn), internet modem (oke die kwam niet uit de koffer maar heb ik hier gekocht), e-reader, harddisk vol films, series en muziek zodat ik niet teveel heimwee krijg en mezelf kan vermaken. Dat voelt ergens toch gek, dat je toch een stuk rijker bent. En mensen zijn zich daar zelf ook erg bewust van, ik heb al een paar keer de opmerking gehoord ‘don’t you see how we are backward here?’. En ja, het is inderdaad feitelijk gezien een stuk minder ontwikkeld dan Nederland, maar ik vind zo’n opmerking ook moeilijk omdat eruit blijkt dat mensen zich daar zelf ook scherp van bewust zijn. En ik dan ook weer denk, ja maar dat is echt niet jullie fout, wij westerlingen doen het onder andere zo goed omdat wij jullie eeuwenlang flink uitgemolken hebben. En dat wellicht nog steeds doen. Maar goed, misschien kan ik daar beter een volgende blog aan wijden…

bijvoorbeeld door naar de voetbalwedstrijd Oeganda – Togo te gaan!

Kortom, ik vermaak me hier weer prima, en vind het haast jammer dat ik hier maar vier maanden ben, en daarna geen idee heb of/wanneer/hoe lang ik hier nog weer terugkom. Tot dan toe geniet ik er maar met volle teugen van!