Alle berichten van Mirjam

Sporten in Oeganda

Sporten in Oeganda

Kijk, natuurlijk probeer ik mijn best te doen om mijn armen bij de borstcrawl zo gestroomlijnd mogelijk het water in te steken, netjes zoals ik dat afgelopen zomer bij TVA (Triathlon Vereniging Arnhem) geleerd heb. Maar om dat nou romantisch te noemen? Ik had me bij elegant tenminste nog iets voor kunnen stellen.

Ik probeer hier in Oeganda eindelijk mijn conditie weer eens op te krikken. Het zat afgelopen zomer dan ook niet mee met een enkelblessure en vervolgens een gebroken pols die óók nog eens vegetatief ontregeld bleek te zijn. Vanwege die ontregeling kan ik nog steeds niet heel lang fietsen (in ieder geval niet op een mountainbike waarbij je op je pols leunt), dus blijven hardlopen en zwemmen over (dat triathlonvirus is in die 2 weken cursus die ik wel meegedaan heb (voordat ik mijn pols brak) toch wel binnengekomen).

Hardlopen en zwemmen dus, en dat is nog best een hele opgave. Een combinatie van factoren zorgt ervoor dat je niet zomaar de deur uit kan gaan om te sporten. Factor 1: het weer. In het donker rennen is hier toch wel erg donker zonder straatverlichting, maar midden op de dag is veel te warm. Eigenlijk vanaf dat de zon zich goed laat zien. Tussen half 7 en half 8 dus. Of ’s avonds tussen 6 en 7. Maar het nadeel van ’s avonds rennen is dan weer dat er veel meer mensen op straat zijn, en er op het grote sportveld in de buurt waar ik graag rondjes ren druk gevoetbald wordt. Wat me bij factor 2 brengt: op zich is dit niet een heel groot probleem, maar de ene dag staat je hoofd gewoon wat meer naar het ‘munu’ (blanke) geroep dan de andere dag. En daarnaast zie je hier verder erg weinig mensen hardlopen, dus ben je sowieso een bezienswaardigheid. Zeker als je ook nog blank bent. Ik loop daarom bijvoorbeeld altijd in een t-shirt, alhoewel met dit weer een hemdje waarschijnlijk best fijn zou zijn, maar dan ben je (ik in ieder geval) weer bang dat het nog opvallender is.

Voor zwemmen gelden wat het weer betreft enigszins dezelfde problemen. Je zou denken dat zwemmen midden op de dag minder bezwaarlijk is dan hardlopen omdat je in het water ligt, maar door schade en schande (vooral schade) leert men: die ene keer dat ik dat heb gedaan stond mijn badpak prachtig rood omlijst op mijn rug… Een extra complicatie met zwemmen is het weer. Het droge seizoen is nu wel goed begonnen, maar tot ongeveer anderhalve week terug was het nog regenseizoen, en dan kan het zijn dat je je zwemspullen mee naar kantoor hebt genomen (ik zit hier af en toe ook op kantoor) maar dat als je aan het eind van de middag wil gaan zwemmen het water met bakken uit de lucht komt vallen. En, om op het begin terug te komen, bij het zwembad moet je het dan ook weer zo timen dat er niet al teveel irritante types rondhangen, die al een biertje op hebben en zooo onder de indruk van je zwemkunsten zijn (oke daar moet ik wel bij zeggen, als ze hier al goed leren zwemmen dan leren ze vooral de borstcrawl, dus men is al snel onder de indruk van een redelijke schoolslag) dat ze kennelijk romantisch genoemd kunnen worden. Maar voorlopig lijkt dat alleen zo aan het eind van zaterdag- of zondagmiddag te zijn, dus daar valt wel omheen te plannen.

Nog iets grappigs, ze gebruiken hier vaak de uitdrukking ‘you look smart!’ voor als je er leuk uitziet of een mooie jurk aan hebt bijvoorbeeld. Maar tot mijn verbazing heb ik dat nu ook al twee keer gehoord terwijl ik ging hardlopen, terwijl mijn hardlooptenue nou niet persé mijn eigen definitie van er leuk uitzien is. Het kan er ook mee te maken hebben dat mensen er van onder de indruk zijn dat je hardloopt. Ik heb ook al een paar keer (wel altijd mannen) gehoord dat het zo goed is dat ik hardloop en sport, en dat Oegandese vrouwen dat ook zouden moeten doen. Als ik er dan tegenin breng dat de Oegandese vrouw gemiddeld een stuk sterker is dan ik vinden ze dat een beetje onzin, en blijven ze erbij dat het heel bijzonder is dat ik hardloop. Terwijl ik erbij blijf dat de gemiddelde Oegandese vrouw fysiek een heel stuk sterker is dan ik. In ieder geval op het platteland. Vrouwen doen vaak het zwaarste werk, zoals het land omploegen, en dan moet er ook water gehaald worden, mais gemalen, voor een hele stoet kinderen zorgen, dat soort dingen. En dat begint al heel jong. Ik deed vandaag een interview bij een handelaar, waar twee kinderen, ik schat 8 en 10, een zak zonnebloemzaden kwamen brengen om aan de handelaar te verkopen. De zak was achterop de bagagedrager van een fiets gebonden die ze samen duwden. Zo’n zak weegt al gauw 70 kg. Vergeleken daarmee schaam ik me soms haast een beetje dat ik na schooltijd nooit een jerrycan water heb hoeven halen, en het nodig heb om hard te lopen, omdat ik anders de hele dag op mn luie achterwerk zit. En ondanks dat ik een beetje sport denk ik serieus dat ik het land omploegen nog geen half uur volhoudt. Misschien linkt dit ook een beetje aan wat ik in de vorige blog al zei, dat wat blanken doen soms (vaak) een beetje opgehemeld wordt, en wat men zelf kan als minder wordt gewaardeerd. En ja, inderdaad zijn wij zo ‘ontwikkeld’ dat het water gewoon uit de kraan komt en ons eten uit de supermarkt. Maar dat geeft mij misschien des te meer respect voor de mensen hier die ondanks alles gewoon stug doorgaan en er het beste van maken.

En het beste is hopelijk op den duur steeds beter.

over wat ik hier doe, wat vertouwd is, wat went en wat niet went

Ik geloof dat ik er deze keer nog even aan moet wennen dat ik geen persoonlijke blogschrijver mee heb ;-), het zit al dagen, weken in mijn hoofd om een blog te schrijven en het moet er nu dan toch maar eens van komen! Omdat er inmiddels al een maand voorbij is, en er zoveel te schrijven valt, heb ik geprobeerd (gestructureerd als ik ben) alles wat er te schrijven valt in verschillende categorieën onder te brengen… Zie hier het resultaat.

Wat ik hier nu eigenlijk doe

Kort gezegd: onderzoek. Voor mijn PhD, of anders gezegd promotie; in ieder geval nog steeds hetzelfde onderzoek als waarvoor ik de vorige keer in Oeganda was. Ik doe dat ook nog steeds vanuit hetzelfde stadje, Lira, in Noord-Oeganda (alhoewel ik nu ik dit typ even niet in Lira ben maar in Apac, een naburig dorp van waaruit ik onderzoek doe naar handelaren die direct van boeren opkopen, de eerstelijns handelaar zeg maar). Aangezien het onderwerp ook nog steeds hetzelfde is hoef ik daar dus eigenlijk niet zoveel meer over te zeggen… ;-) (als je er nog meer over wil lezen zie deze blog) Mijn onderzoek gaat over de verschillende kanalen die er zijn via welke boeren de productie die ze willen verkopen op de markt brengen. Hier rondom Lira zijn daar drie kanalen voor: handelaren, boerencooperaties, en ‘agenten’ van een grote verwerker van zonnebloem en soyazaden. Dat is dus wel vooral voor die producten, terwijl cooperaties en vooral handelaren ook andere dingen opkopen zoals mais en bonen. Maar de belangrijkste producten die boeren verkopen zijn deze oliezaden: soya, sesam en zonnebloem. Ik probeer te onderzoeken hoe die kanalen nou precies werken, wat nog best een hele klus is, en ze ook met elkaar te vergelijken. Hoe functioneren ze nou precies, welke functioneert het meest efficiënt en waarom, waar krijgt een boer de beste prijs, etc. En met deze informatie krijgen bijvoorbeeld ontwikkelingsorganisaties hopelijk beter inzicht in hoe de markt precies werkt en hoe ze boeren én opkopers beter kunnen ondersteunen. En waarom dit nou relevant is (zoals mijn vader dan vraagt ;-)), is omdat er vaak meer aandacht wordt besteedt aan de boer en hoe die produceert, dan aan deze volgende, maar nogal belangrijke, stap in de keten van voedsel verkopen. Dit is ook een reden waarom ik eigenlijk weinig boeren interview, maar dus vooral de mensen met wie boeren te maken hebben. En daarnaast wordt er weinig gekeken naar het functioneren van deze verschillende kanalen naast elkaar, en komen handelaren er in onderzoek ook nogal bekaaid af. Genoeg redenen dus.

even wennen: produce line (de straat met alle handelaren) is geasfalteerd!

En dan nog iets specifieker: ik ben hier nu vier maanden, en qua data collectie ben ik bezig om nog wat ‘gaten’ van de vorige keer op te vullen, wat erg leuk is om te doen, omdat je in interviews bouwt op wat je al weet en heel specifiek opheldering over bepaalde dingen kan vragen. En daarnaast ‘nieuw’ onderzoek, ik had nog weinig met ‘doorstep traders’ zoals ze genoemd worden gepraat (waarom ik nu dus in Apac ben) dus daar focus ik nu op. En ik ga een survey doen onder alle drie de type opkopers, om ze goed met elkaar te kunnen vergelijken. Dat wordt nog een hele uitdaging (ook bijvoorbeeld, hoe en op welk niveau vergelijk je ze precies?), maar lijkt me ook erg interessant. En daarnaast begeleid ik nu ook een masterstudent uit Wageningen, Djuna, die nu ook hier is en onderzoek doet onder cooperaties. Ook een leuke nieuwe uitdagning, en leuk dat zij zo goed kan belichten hoe een cooperatie werkt, zodat ik weer tijd aan andere dingen kan besteden. En ik vind het ook belangrijk om iets van de kennis die op doe te delen. Vandaar dat ik twee weken geleden weer even in de hoofdstad was om een presentatie te geven over de resultaten van mijn eerste veldwerk bij het ‘nationale oliezadenplatform’, een platform waar iedereen die iets in oliezaden doet (boerenorganisaties, financierders, zadenverkopers, opkopers, verwerkers van oliezaden) vertegenwoordigd is. Dat was erg leuk om te doen!

Wat vertrouwd voelt

ook de buurmeisjes hadden ‘auntie Mirjam’ gemist.

Ik ben niet voor het eerst langere tijd in het buitenland, maar het is wel de eerste keer dat ik weer terug ben op een plek waar ik al langer gewoond hebt. Dat is een erg leuke ervaring, alles voelt snel erg vertrouwd en je weet al, voor zover je dat als blanke in een half jaar tijd leert natuurlijk, hoe alles werkt. In wetenschappelijke termen: je weet al enigszins welke instituties er zijn, oftewel hoe je je ongeveer moet gedragen, in welke supermarkt je wat kan halen (alhoewel ik afgelopen weekend kaas heb ontdekt in een supermarkt wat me vorig half jaar kennelijk nog niet gelukt was…), welke restaurants er zijn en hoe duur een ritje op een boda (motor, de lokale taxi) is. Zelfs het huis waar ik in woon is hetzelfde (dat hadden we onderverhuurd). En dan heb je als je er net bent ook maar een klein beetje het gevoel van ‘waarom vond ik het ook alweer een goed idee om weer eens vier maanden van huis weg te zijn’ (in een echt nieuwe situatie heb ik dat meestal een stuk sterker, is die mythe ook weer van de baan dat het allemaal alleen maar een groot leuk avontuur is ;-)). Ook erg leuk om allerlei mensen weer te zien! Het favoriete gezegde hier voor als je er langere of kortere tijd (en kortere tijd kan 1 dag zijn) niet geweest bent is ‘you were lost!!’. Dat dus erg vaak gehoord. Gevolgd met: ‘How is Steve?’ En/of ‘Where is Steve?’, of met ‘what did you bring for me?’…

nog steeds hetzelfde huis

En dan zijn er nog wat andere dingen zoals dat ik tegen Oegandezen meteen weer in een meer Oegandees Engels verval, ik een mug zag en me meteen weer elke avond met deet insmeer, het leuk is dat je hier altijd zo makkelijk smalltalk gesprekjes met mensen hebt. Zeker nu ik de taal (Lango, wat in het Noorden gesproken wordt) wat beter kan en een hele stortvloed aan beleefdheden kan uitwisselen. Maar helaas houdt het toch op een gegeven moment op en moeten we weer op het engels over. En dat kinderen meestal dolenthousiast naar je zwaaien en je munu of mzungu noemen. Alhoewel ik er vandaag een liet schrikken, dat kan ook.

Wat toch even wennen is

Andere dingen zijn toch nog even wennen. Ze rijden hier links, het stuur zit rechts, en dus wilde ik toen ik aankwam op het vliegveld aan de bestuurderskant instappen… Het is ook wennen om hier niet met Stefan te zijn. In het begin dacht ik soms in een reflex, bijvoorbeeld op de terugweg van een interview, nou dan kan ik zo even aan Stefan vertellen hoe het was, tot ik me dan weer realiseer dat hij er deze keer helemaal niet is (hij komt wel langs met kerst en oud & nieuw, hoera!). Maar gelukkig is er genoeg moderne media om elkaar op de hoogte te blijven houden :-). Daaraan gerelateerd is het ook wennen om in mijn eentje een huishouden te bestieren! Men kan wel denken dat die arme Stefan nu alles alleen moet doen, maar ook ik moet alleen een huis schoonmaken, boodschappen doen, koken, enzovoorts… En dat eigenlijk (op kamers wonen daargelaten) voor het eerst van mijn leven! Maar ik redt het wel hoor ;-) Over het huis gesproken, de koude douche (in ons huis hebben we geen warme douche) is ook weer even wennen… Het lukt me steeds beter om er gewoon meteen onder te springen, en dan valt het op den duur best mee. En de beste strategie is om zodra je thuis bent en nog lekker warm en plakkerig bent te gaan douchen, dan is het tenminste verfrissend.

Wat niet went

Sommige dingen blijven gewoon een beetje irritant. Ze accepteren hier bijvoorbeeld geen dollars ouder dan 3 jaar (dus van onder 2012 als ik het nu goed zeg), omdat er een groot fraudeprobleem geweest is met dollars. Toen ik wegging had ik nog even snel dollars gepind op Schiphol, bleek dat er een briefje van 100 dollar bijzit die ze hier niet accepteren. Toch onhandig als je daar je visum mee wil betalen (maar gelukkig had ik er nog 1 die het wel deed). Of dat je om 5u ’s ochtends op het vliegveld staat en de taxi die je op komt halen er niet is omdat ‘ie pech heeft met de auto, en je vervolgens nog drie kwartier op zijn vervanger moet wachten. Welkom terug in Afrika. Sowieso, ik acht mijzelf toch altijd enigszins flexibel met tijd, maar het lukt ook maar niet om eraan te wennen hoe Oegandezen met tijd omgaan. En elke keer denk ik, nu weet ik toch wel dat iemand een of twee uur te laat kan komen, of helemaal niet, maar elke keer als ik een afspraak maak kan het weer zomaar mis gaan en ben ik weer een beetje gefrustreerd. En ik weet ook dat als je met een bus wil het nog twee uur kan duren voor hij vertrekt, en ook dat went nooit. Toch knap hoe geduldig mensen hier zijn, denk ik dan maar. Daar kan ik kennelijk nog een hoop van leren. Maar ja, de tegenhanger ervan is dat sommige dingen opeens wel zomaar geregeld zijn, dat is dan weer mooi meegenomen.

hagelslag, zodat je pannenkoek met hagelslag kunt eten

En wat serieuzer gezegd, het went toch ook niet helemaal dat verschillen tussen Nederland en Oeganda gewoon zo groot zijn. Daar kom ik dan met mijn twee koffers (misschien ook iets als dat als je 31 bent je niet meer hoeft te bewijzen dat al je spullen in één backpack passen ;-)) vol met eten wat je hier niet kan krijgen (goede chocola, dropjes, stroopwafels, hagelslag, muesli, gedroogde worst, sinterklaasvoer), met een laptop, twee telefoons (smartphone en een oude nokia want ik wil niet dat iedereen me met mijn glimmende smartphone ziet, alhoewel er hier eigenlijk ook wel steeds meer smartphones zijn), internet modem (oke die kwam niet uit de koffer maar heb ik hier gekocht), e-reader, harddisk vol films, series en muziek zodat ik niet teveel heimwee krijg en mezelf kan vermaken. Dat voelt ergens toch gek, dat je toch een stuk rijker bent. En mensen zijn zich daar zelf ook erg bewust van, ik heb al een paar keer de opmerking gehoord ‘don’t you see how we are backward here?’. En ja, het is inderdaad feitelijk gezien een stuk minder ontwikkeld dan Nederland, maar ik vind zo’n opmerking ook moeilijk omdat eruit blijkt dat mensen zich daar zelf ook scherp van bewust zijn. En ik dan ook weer denk, ja maar dat is echt niet jullie fout, wij westerlingen doen het onder andere zo goed omdat wij jullie eeuwenlang flink uitgemolken hebben. En dat wellicht nog steeds doen. Maar goed, misschien kan ik daar beter een volgende blog aan wijden…

bijvoorbeeld door naar de voetbalwedstrijd Oeganda – Togo te gaan!

Kortom, ik vermaak me hier weer prima, en vind het haast jammer dat ik hier maar vier maanden ben, en daarna geen idee heb of/wanneer/hoe lang ik hier nog weer terugkom. Tot dan toe geniet ik er maar met volle teugen van!

Een eigen huis, een plek onder de zon

IMG_3060Dan eindelijk eens een blog over ons huis! Dat had al veel eerder gekund, we wonen hier al sinds half december. Maar, als een degelijke huisvrouw leek het mij leuk om dan wel foto’s te kunnen laten zien van een gezellig ingericht huis. En nu hadden we begin januari, toen we net terug waren van onze kerstvakantie, meteen meubels besteld zodat we daar nog lang van konden genieten. En daar dan snel, eind januari ofzo, over zouden kunnen bloggen.

IMG_3385
het kastje en het tafeltje

Deze blog ben ik begonnen te schrijven op de dag (donderdag 5 maart) dat het 2e en laatste meubelstuk, een koffietafeltje, aangekomen is. Inderdaad 2 maanden nadat we het besteld hebben. Alhoewel de timmerman er 3 dagen geleden pas aan was begonnen. Maar dat was dan wel de 2e versie van het tafeltje. En nee, wij snappen oprecht óók niet hoe dat allemaal zo lang heeft kunnen duren, en waarom er niet alleen van het tafeltje, maar ook van het boekenkastje (ons huis is uiteraard niet compleet zonder boekenkast) 2 exemplaren zijn gemaakt…

bank en eettafel
bank en eettafel

Terug naar het begin: in januari hebben we eens goed rondgekeken op de ‘IKEA-straat’, een straat waar de meeste timmermannen zitten, allemaal druk met het maken van bedden, kasten, tafels en stoelen. Dan vergelijk je er een paar, onderhandel je bij een paar over de prijs (waarbij je uiteindelijk bij iedereen op dezelfde prijs uitkomt) en denk je uiteindelijk verstandig een keuze te hebben gemaakt en betaal je de helft aan. Deze meneer zou na ongeveer een week de meubels af hebben. Dat duurde sowieso wat langer, want dat is hier nu eenmaal zo, het hout moest nog gekocht worden, nog wat verder drogen, maar na 2 weken kwam dan toch het telefoontje dat het allemaal af was. Dus wij naar de timmerman. Toen bleek het niet echt mooi gelakt te zijn (strepen, druipers, en wat je je verder bij slecht gelakt hout kan voorstellen). Het leek ons dat hij dat wel beter zou kunnen, dus gevraagd of dat zou kunnen. Dat was prima, maar dan had hij nog wel wat extra geld nodig omdat hij het dan bij iemand anders ging laten lakken, maar het zou niet duurder worden. Leek ons geen gek verhaal, dus de rest van het geld betaald. Oeps.

keuken
keuken

Daarna duurde het maar en duurde het maar, elke week gingen we wel even langs en belden daarnaast ook nog af en toe maar was het nog niet af, of het stond bij iemand anders, en had hij opeens het kastje helemaal overnieuw gemaakt, want er was iets mis gegaan(?!), en het tafeltje was plotseling nergens meer te bekennen. Tot we uiteindelijk na zes weken wachten (en toch wel enigszins gefrustreerd raken) besloten langs te gaan en niet weg te gaan zonder meubels. Dat lukte met het kastje (in eerste instantie zou het kastje bij iemand anders staan, toen wilden we daar wel langs gaan, maar dat kon niet, want diegene was er niet en hij had het telefoonnummer niet (in Oeganda heeft iedereen iedereens telefoonnummer) en toen bleek hij het opeens in twee minuten tevoorschijn te kunnen toveren) maar nog niet met het tafeltje. Daar dan maar heel duidelijke afspraken over gemaakt, en nu hebben we ze eindelijk allebei. En toch snappen we gewoon echt niet hoe het nou zo lang kon duren. En vooral, waar zijn de 1e versies gebleven? Had ‘ie die al verkocht? We hebben in ieder geval wel geleerd dat je in zo’n geval nooit van te voren al het geld moet geven (wat andere Oegandezen ook beaamden), want dan geeft hij het wellicht uit aan iets anders, terwijl hij anders een motivatie had gehad om het af te maken.

slaapkamer
slaapkamer

Ik wil hier geen klaagzang opzetten over domme Oegandezen die alles veel te langzaam doen en niet snappen hoe ze klanten moeten behandelen. Twee van de meest belangrijke dingen die ik tijdens mijn bachelor Ontwikkelingsstudies heb geleerd, is dat je ervan uit moet gaan dat mensen gemiddeld genomen waar dan ook ter wereld hard werken en hun familie willen kunnen onderhouden. En ten tweede dat cultuurverschillen altijd groter zijn dan je denkt, en wat voor mensen hier logisch is, voor ons helemaal niet logisch lijkt, en andersom. Aan de andere kant, misschien proberen we ook wel teveel het te snappen, en hadden we gewoon domme pech.

de douche
de douche

Maar dat het belangrijk is of je alles in een keer voorschiet of niet zegt wel iets over hoe hier met geld omgegaan wordt. Ik heb zo geen cijfers paraat over hoeveel mensen een bankrekening hebben, maar die open je niet zomaar. Heel veel mensen hebben dus alleen maar cash geld, of investeren het in grond of het bouwen van een huis. Wij herkennen dat het fijn is als het ‘het einde van de maand is’, maar verder is bij ons het hebben van geld op je rekening (hopelijk) een vast gegeven. Terwijl het hier vaak veel meer als ‘zoeken naar geld’ bestempeld wordt. Wat ik ook weer terugzie in mijn onderzoek. Begin februari begonnen de scholen weer (december en januari zijn, zeg maar, de grote vakantie hier) en dan is iedereen ‘op zoek naar geld’ om schoolgeld voor de kinderen te betalen. Waardoor er ook meer oogst van boeren verhandeld wordt. Dan zou je denken dat mensen dat toch kunnen plannen, maar als je zo afhankelijk bent van landbouw, of het genoeg regent en je een goede oogst hebt van je gewassen, dan is dat al wel ingewikkelder. En daarnaast kunnen op elk moment familieleden aan kloppen voor een bijdrage aan een begrafenis of een ziekenhuisbezoek, en betaal je, als je wat beter in de financiën zit, niet alleen schoolgeld voor je kinderen maar ook voor neefjes, nichtjes of jongere broertjes en zusjes.

Maar goed, terug naar ons huis. Je vraagt je misschien ook af waarom we überhaupt in meubels geïnvesteerd hebben, maar het idee is dus dat ik/we van oktober tot februari 2016 hier weer zijn, en aangezien de huur erg laag is willen we dit huis proberen onder te verhuren zodat we straks in oktober er meteen weer in kunnen. En dan nog eens 5 maanden van de meubels kunnen genieten…

logeerkamer / fietsenhok
logeerkamer / fietsenhok

En waar wonen we eigenlijk? We wonen op een ‘compound’, wat betekent dat er een muur met prikkeldraad om ons huis heen staat. Niet dat het hier nou zo gevaarlijk is, maar het is toch ook wel weer prettige bescherming, zeker omdat mensen ook wel weten dat de gemiddelde blanke waarschijnlijk meer waardevolle spullen (bijvoorbeeld 3 laptops (momenteel een extra te leen), 2 camera’s, 2 e-readers en ook de nodige cash omdat je hier nou eenmaal niet kan pinnen in winkels) in huis heeft dan de gemiddelde Oegandees… We wonen wel lekker Nederlands in een rijtjeshuis, met in totaal zo’n 8 huisjes. Het is een mooie ruime compound, met een veranda, tuintje, en een flink stuk gras wat door de buurtkinderen ontdekt is als een goed voetbalveld. Overdag is de ‘gate’ namelijk niet op slot (er zijn ook compounds waar dat wel zo is) dus kunnen kinderen (of wie dan ook) zo naar binnen.

IMG_3381
het horgordijn

Ons huis heeft een woonkamer, 2 slaapkamers, een aparte wc en een aparte (koude) douche, en een keuken. Ze doen hier niet aan halletjes, je stapt zo van buiten naar binnen. En helaas ook niet aan een hordeur (gelukkig wel aan ‘horramen’). In het begin deden we zodra het donker wordt (= muskieten, en we willen natuurlijk geen malaria oplopen) de deur maar dicht, maar dat is weer erg warm, dus nu draperen we zelf elke avond een muskietennet voor de deur, dat werkt gelukkig ook. Ook noemenswaardig is dat het hele huis tegels heeft, en dat dat heel normaal is hier. Wel handig voor het dweilen en je huis stofvrij proberen te houden.

de entree
de entree

Dit is voor mij de eerste keer dat ik langer in het buitenland ben en ook echt een eigen huis heb. Dat is weer een nieuwe ervaring (naast een 1 maand gastgezin en 2 maanden gastgezin / hostel in Ecuador, en 3 maanden een kamer delen in een hostel in Kenia), en het is erg fijn om echt je eigen plek te hebben, je tas uit te kunnen pakken, zelf enigszins over een inrichting na te kunnen denken en je plek gezellig te maken. Er komt wel weer bij dat je dan ook verantwoordelijk bent voor het betalen van gas, elektriciteit en water. En dat je niet automatisch stroom via een generator hebt als de stroom uitvalt. En dat je zelf je huis schoon moet houden…

Traders and institutions, otherwise known as what Mirjam has been doing

A new blog by me, Mirjam, somehow quite a rare occasion compared to Stefan’s efforts (maybe I am just working harder :-P), and in English this time! I promised some of my German friends to write a blog that they can also understand, and I figured it makes everyone happier if I do that in English, not in German…

So since you, my English-speaking friends, have not been able to read anything about our adventures so far, I was wondering if I should make an attempt to wrap up the last three months in Uganda… The blogs so far have gone from our first impressions to the animals we have in our house (mosquitoes, cockroaches and a mouse, although at the moment we haven’t seen the mouse in a while so it might have left; and yes we are renting our own, 2-bedroom house which is really nice!), to how Ugandans, and we, spent leisure time (playing a lot of pool, enjoying our e-readers we bought especially for this trip, and the series we watch at the moment: Big Bang theory and House of Cards), to our Christmas holidays (spent in the South-West of Uganda, a very beautiful area!), to what my research is actually about. Considering that I met most of my English speaking friends actually during activities somehow related to my research (summer schools, internships, fellow PhDs at Wageningen) I thought it best to write a bit more about my research (and the last blog Dutch readers read about it is also a while ago, so that’s, as we say in Dutch, two flies in one strike ;-)).

Maybe I should start with giving a short wrap-up of my research topic. I am studying the trade of oilseeds in Northern Uganda, which is why we are currently based in Lira, in Lango sub-region. Oilseeds (sunflower, sesame, soya) are the most important cash crops in this region (i.e. the crops people grow with the intention to sell them on the market, instead of consuming it themselves), which is why I am especially studying these. The idea of studying trade, especially ‘informal’ trade, is to get better insights in how local markets work. Farmers have several options in marketing their produce: sell it to a cooperative, if they are a member of it, thereby receiving a slightly higher price because farmers then bulk their produce together; or sell it to so-called ‘middlemen’. These are traders based in villages, who collect produce from farmers, and then sell the produce to for instance bigger traders based in Lira, who have connections with bigger companies in Kampala, or with Kenyan, Sudanese or Rwandan traders.

On the road

So you could argue that the presence of this system of middlemen and traders is important in linking farmers to markets. But the ‘dominant development pathway’ understands ‘linking farmers to markets’ in a more ‘formal’ way, for instance through promoting contracts with big companies, or setting up farmer cooperatives. With the premise that in this way the ‘exploitative middlemen’ can be excluded. Which in theory sounds nice and seems to make sense; if you skip some steps in the process, prices for farmers would indeed increase. But the reality seems to be (as it often is, and maybe especially for a PhD researcher) much more fuzzy. Farmers often sell to both cooperatives and middlemen: a cooperative gives them the advantage of a higher price, but a middlemen gives the important advantage of providing cash on delivery, so that farmers do not have to wait for money. Which is what my research is about, to get better insight in how these several marketing channels are actually organized, so to get better insights in what works for farmers, cooperatives and traders, and what not. Theoretically, I am thereby also studying institutions (the so-called ‘rules of the game’); to find out which institutions are in place enabling viable trade practices, both for cooperatives and traders. Which is something different than ‘putting the right institutions into place’, a phrase linked to this same pathway of linking farmers to markets.

blog 2
a trader with his produce and weighing scale

One of the things I have found out so far is that trading entails a lot more than ‘just buying produce’. As a trader, you have to manage a lot of things at once. One of the most important is that to buy produce, you need to have ready capital. Traders get that from slowly building their own capital from their profits; or maybe via bank loans or small loans from other traders. Another way is to get some ‘advance payment’ from the companies they are working with. A company buying sesame could for instance give you a certain amount of money to buy sesame for them, and if you deliver that, you will also get some profit. In the same way, bigger traders give other traders, which they call their agents, who are located further away from Lira advance payment to get them produce from the farmers. And these might even have their own ‘agents’ working for them. So trust is very important, because there is always a risk that someone runs away with your money. And these are often big amounts; five million shillings (1500 euro) is quite an average amount to give to agents, and it can go up to 20 million shillings (6000 euro) during the peak season! So that’s one of the institutions I am trying to find out, how do you determine to give how much money to whom? And for which crops? Sesame for instance has a higher price per kg than sunflower seeds, so if you want to buy sesame these advance payments become more important.

a woman cleaning simsim (sesame)
a woman cleaning simsim (sesame)

Next to these capital flows, the produce also needs to ‘flow’, meaning that it is an advantage if you have your own truck, or otherwise traders rent trucks to get the produce from the farmer to Lira. But renting can be tricky, especially during peak seasons trucks are a scarce good. Additionally, all this produce is hopefully of good quality. With quality, both farmers and traders try to ‘bend the rules’ to their own advantage. Farmers complain that traders adjust their weighing scales so that they get less money. For instance, if you adjust your weighing scale in such a way that a 100 kg bag seems to be 95 kg, you miss out on 5 kg. Which justifies the behaviour of farmers of making bags heavier by not drying the sunflower seeds properly, mixing seeds with sands, or with other, cheaper crops; or just put stones or even pumpkins in a bag. A trader for instance showed me a bag of sesame seeds mixed up with barley. Which are all extra costs for a trader, because then they have to clean the seeds. In a way, cheating is thus an institution in itself; as well as the rules around checking the quality of produce; and determining who is responsible for bad quality and deducting money because of it. But you can imagine that with this whole flow of produce going from a farmer to a small trader to a bigger trader to a trader in Lira, it becomes quite hard to figure out whom to blame.

What I find interesting but also challenging about studying institutions is that they are often very obvious for the people ‘using them’, or living by these rules. For instance, when you are in a setting that is familiar to you, which for me would be the Netherlands, you know how to behave; that you have to be on time for meetings, that public transport (mostly) leaves in time; you know the average prices for groceries or a beer in a café. Upon arriving here, all these rules you have to figure out, and by yourself. What the normal price is for tomatoes, or bananas in order to detect whether someone is trying to get more money from you since you are a ‘mzungu’ (swahili for a white person, and being a mzungu is again an institution in itself). Those kind of things are often very subtle, and that’s the same for my research topic. So often the things that are key for my research, you find out by asking very basic questions, or sometimes through casual remarks that, for the person who makes them, seem to be completely arbitrary. For instance, I once was talking to a trader, and made a remark about his weighing scale hanging outside, at which he replied that that is of course signalling that he is buying produce today. Which is very key for me to know, but people might not even consider telling me that, because everyone already knows this rule.

Interviewing a trader

I hope you are still baring with me at this point… As you might have figured by now, I find all this very interesting and I am already trying to keep it short ;-). So what do I do in practice? These kinds of things I have found out through talking to a lot of traders, and farmers, and cooperatives (which I have not gotten into so far, I think I better leave that for another blog…); but also by just observing a trader buying and cleaning produce; count how many stores there are in a certain area (having your own store is also an important aspect of being a trader; and there are also institutions around either owning the store or renting it); and joining a truck to observe the actual buying of produce.

The first two months in Lira, half November until half January were to get more familiar with the research topic, and find out which are the most pressing issues. The third week of January my supervisor from Wageningen paid me a visit for a week, which was a very nice timing, because we could discuss my first findings and strategize the research for the coming three months, and even for my second fieldwork period (which will probably be from October 2015 to February 2016). And we also discussed how to work on more or less four topics, so that it can result in four articles, equalling four thesis chapters. So basically I am all set now for the remaining 2 years of my PhD ;-). And the plan for the coming weeks is to finish a survey among most of the traders based in Lira, to get better insights in the numbers of agents they are working with.

Well I hope that was entertaining enough for now; I promise I won’t wait another 1 ½ months with writing something (either in Dutch or in English) and I am sure that I’ll write more in English also!

 

 

 

 

Fijne feestdagen!

Hoi lieve familie en vrienden,

Weer eens een teken van leven van ons! We zijn de laatste paar weken lekker druk geweest, zelfs te druk om te bloggen…! Dus nu, speciaal voor de kerstvakantie, een extra lange editie.

Ik heb veel gereisd: begin december een paar dagen naar Kampala voor een nationale OSSUP (oliezadenplatform) meeting, en vorige week een paar dagen naar een district naast Lira, Apac, om daar interviews te hebben met handelaren, wat erg interessant was en weer andere informatie gaf dan in Lira.

Stefan heeft ook niet stilgezeten: hij heeft de website voor Fonudi bijna af, en is druk bezig geweest met onze verhuizing! Nadat we, ipv een week, vijf weken bij een ander (heel gezellig) nederlands stel in huis hebben gewoond, werd het toch wel tijd voor ons eigen stekje. Wat eerst nog schoongemaakt en geverfd moest worden, en waar de landlady voor zorgde. Maar dat ging voor oegandeze begrippen redelijk voorspoedig, na 1 week konden we verhuizen. We wonen er nu 1 week, toch ook wel relaxt om ons eigen plekje te hebben (alhoewel we, naast paul en diana, de hond, geiten, kippen, de warme douche, de schoonmaakster en de guards wel zullen missen… Maar daartegenover staat dat we nu onze eigen broodbakmachine hebben, inclusief hagelslag, gewonnen met Sinterklaas :-)). Lira voelt al behoorlijk als thuis, dat is wel fijn.

We zijn op 24-12 uit Lira vertrokken om kerst in Kiwangala te vieren. Ik ben daar in 2002 geweest voor een maand vrijwilligerswerk, dus het leek me erg bijzonder om de mensen van het project (een school voor kinderen van aidsslachtoffers) weer te zien en samen kerst te vieren! Dit was inderdaad erg bijzonder, heel leuk om Moses (hoofd van de school) en zijn vrouw Justine weer te zien, en hun ‘geadopteerde’ zoon Kyobe, die nu 20 is, toen ik er was een jongetje van 8. Mooi om herinneringen op te halen, foto’s te kijken en Stefan alles te kunnen laten zien. We concludeerden dat Stefan nu écht op alle locaties van mijn buitenland avonturen is geweest! (Oke behalve zuid-afrika dan…) Helaas regende t wel (toch nog een grijze kerst…) waardoor de kerkdienst later begon en het niet zo druk was als anders.

We zijn gisteren (26-12) verder afgezakt naar zuid-west oeganda, met als plan om te kanoën op, en te hiken bij, Lake Bunyoni, daar oud & nieuw te vieren, en daarna een vulkaan te beklimmen (ze hebben hier, net als in Nederland, ook een berg op een drielandenpunt. Hier dan met Congo en Rwanda. En deze is iets hoger, 3645m). En dan weer terug naar Lira en na iets van 2 weken vakantie weer aan de slag!

Het blijft gek om (net als vorig jaar) kerst in ‘de tropen’ te vieren: het voelt toch niet hetzelfde als het niet koud, grijs, nat en vroeg donker is. Ik bedacht me dat ook de symboliek van Jezus als Licht voor de wereld dan toch beter tot zijn recht komt. En van advent en uitkijken naar kerst en het Licht. Hebben die kerkvaders toch goed gepland.

Je merkte hier, behalve aan de kerstliedjes die net zo goed hopen op ‘let it snow’ en een witte kerst, ook aan iets anders dat het bijna kerst was: de prijzen voor openbaar vervoer. Omdat veel mensen van Kampala naar hun familie in ‘the village’ gaan, zijn prijzen voor vervoer opeens veel duurder. We betaalden nu 25,000 voor een ritje van 2u, wat normaal iets van 10,000 (3 euro) zou moeten zijn. Verder is het eigenlijk wel vergelijkbaar: men wil graag nieuwe kleren voor kerst, en lekker eten: woensdag onderweg kon je overal kippen kopen! Nog even overwogen om een (levende) kip mee te nemen naar Kiwangala, maar leek ons toch ingewikkeld met al het reizen… Nog wat statistieken over het reizen (alle cijfers exclusief chauffeur):

  • Taxi woensdag van masaka naar kiwangala (1u): 6 kinderen en 5 volwassenen in een (sedan) auto
  • Taxi donderdag van kiwangala naar masaka (1u): 7 volwassenen in dezelfde sedan
  • Taxi donderdag van masaka naar mbarara: matatu-bus voor 14 personen, geen idee, van t echte aantal, wij zaten voorin naast de bestuurde  en dan heb je niet helemaal door wat er achterin gebeurd. Reistijd 3u, zou minder moeten zijn maar een poos langzamer gereden omdat de motor raar rook. Uiteindelijk olie bijgevuld, daarna ging t beter…
  • Taxi donderdag van mbarara naar kabale: zelfde soort busje, nu achterin, waar wij 19 volwassenen en 3 kinderen telden, rit duurde 3 uur.

Vandaar dat we een beetje gaar in Kabale aankwamen gisteren en vandaag een dagje rustig aan doen :-)

En dan nog een spannend kerstverhaal om mee af te sluiten: mijn visum. Het is de bedoeling dat we allebei een NGO visum krijgen, maar de procedure duurt uiteraard langer dan gepland… Op de een of andere manier had stefan op t vliegveld een 60 dagen visum gekregen, en ik maar 30. Sinds begin december was mijn visum dus al verlopen maar dat leek ons niet zo’n probleem omdat we met de procedure begonnen waren. Maar omdat het bijna kerst is en we op vakantie wilden, besloten we vorige week zelf maar polshoogte te nemen in Kampala. Ook omdat vorige week bleek dat we een bewijs van goed gedrag nodig hadden en we die nu niet zomaar kunnen krijgen… En voor de volledigheid, sinds eind november lagen onze paspoorten al in Kampala. Eenmaal in Kampala bleek dat in plaats van een ‘police clearance’ een bezoek aan Interpol ook genoeg was, dus daar even langsgeweest (dat voelde toch best stoer) en wat vingerafdrukken afgegeven. Maar natuurlijk ging het niet meer lukken om de visums voor de kerst geregeld te krijgen. Onze paspoorten kregen we wel terug, maar die van mij met een inmiddels 20 dagen verlopen visum… (Detail: officieel geldt een boete van dertig dollar per dag). De advocaat die dat allemaal regelt voor SNV verzekerde ons dat je daar zo de grens mee over kan, maar wij waren daar toch niet zo zeker van. Dus woensdag, een beetje met de moed der wanhoop, eerst naar immigratie office in Kampala om te kijken of we t konden verlengen. Daar aangekomen waren ze al ‘gesloten’, maar gelukkig kwam alles goed: een vrouw boodt ons aan een politieagent om te praten, die dan wel weer iets met een immigratie officer kon regelen. En zo kwam, in tien minuten en met een ‘donatie’ van 8 euro, alles toch nog goed en kunnen we met een extra stempel in mijn paspoort op vakantie!

We wensen jullie allemaal goede en gezegende feestdagen, tot volgend jaar!!