Alle berichten van Stefan

Oogverblindend of ‘back and there again’

Hier dan met enige vertraging het eerste blogje van mij, Stefan, dat ik op de tweede dag al geschreven had, maar aangezien we direct allemaal dingen gingen doen, wat later dan dat geplaatst. Ik zat eerst eigenlijk te denken om een bijdehante titel te gebruiken, zoals “all I want for Christmas is U-ganda” of “mOeganda we er naar toe”, maar nu ik in het zonnetje (maak daar gerust de zon van (of de immens stralende verbrandende en (vooral als je uit het grijze Nederland komt) oogverblindende zon)) zit, is oogverblindend toch passender. En dat niet alleen door (of sterker, dat komt slechts deels door) de zon, maar natuurlijk vooral door Mirjam. En meer hoef ik daar, lijkt mij, niet over te zeggen.

Het voelt direct vertrouwd om hier te zijn, al vermoed ik dat Mirjam hier wel een grote rol in speelt. Maar naast dat:

Enigszins chaos op het vliegveld. Iedereen moest netjes achter elkaar staan in de verschillende rijen, maar vervolgens was er een kris-krassend verkeer tussen de hokjes voor de rijen, zodat je als eerste in de rij toch niet als eerste aan de beurt was. Een van de weinige keren in mijn leven dat ik me lichtelijk begon te ergeren aan wachten en ´altijd in de verkeerde rij staan´ en dat soort dingen. Alleen dan omdat na zolang wachten al het wachten te veel was.

En nog meer wachten. Alleen dan met Mirjam aan mijn zijde, en dat maakt het toch een beetje anders. Als ik al was vergeten hoe het verkeer in Kampala was, dan was het ritje naar ons hostel een goede opfriscursus. Op een haar na geplet worden tussen twee auto’s, een stilstaande auto midden op de weg en zelf twintig minuten stilstaan, terwijl motors voor, achter, onder en boven de auto langs crossen.

Ook weer poolen. Zonder Oegandese omstanders, maar wel, hoewel het raar kan lopen met de tafels (en keus (en misschien ook wel de ballen)) hier, wel met dezelfde uitkomst…

En Mirjam die om ijsjes zeurt (vertrouwder dan dat kan ik het niet maken).

Alles ruikt en het is fris

Weer in Oeganda, nou ja voor de helft dan, de betere helft. Mirjam dus, voor de duidelijkheid. Dat is even wennen, in je eentje in Oeganda zijn (en in je eentje in Nederland zijn? dat heb ik helaas vaker meegemaakt).

Maar eerst een klein beetje terug in de tijd. Inpakken. En, zoals het hoort, iets vergeten. Eerst een, speciaal voor het onderzoek gekocht, notitieboek, maar die bleek toch wel mee te zijn. De spijkerbroek echter niet. Dat lijkt niet echt een probleem als je naar Oeganda gaat, maar zoals de titel al zegt, het is fris. Fris in Oeganda? Echt wel, wel als het regentijd is, wel als je dan in Kampala zit. (En mocht je je afvragen waarom er zoveel winkels op schiphol staan, dat is voor mensen die spijkerbroeken vergeten (moet je er natuurlijk wel op tijd achter komen dat je je spijkerbroek bent vergeten) of andere spulletjes (anders was een spijkerbroekenwinkel wel voldoende).)

maan_in_kampala
Ook in Oeganda volle maan

En over de titel gesproken (jawel, dit sluit precies aan op waar we het over hadden, als je de haakjes niet meerekent), het is er dan wel (tegen de verwachting in) fris, alles ruikt er heerlijk naar Oeganda. En ik? Ik zit in de trein. Met een spijkerbroek aan. Het ruikt hier ook, maar niet fris. Buiten is het wel fris. Zo maken we toch nog een beetje hetzelfde mee.

op de weg terug

Om de draad van het dagelijkse bestaan maar op te pakken,  ben ik weer gaan wielrennen. De bekende uitspraak ‘de tour win je in bed’ is alleen van toepassing tijdens de tour zelf, naar aanloop van de tour hoort het bed er wel bij, maar veel kilometers maken ook, dat vooral. Niet dat ik nu op weg ben naar de tour (in zekere zin ook weer wel natuurlijk), maar ook ik moet veel kilometers maken. Nu kan dat op twee manieren (eigenlijk drie, maar de derde is een combinatie van de twee manieren), namelijk heel veel korte afstanden fietsen of af en toe heel lange afstanden (en de combinatie is dus heel veel lange afstanden fietsen). Omdat het altijd weer meer tijd kost dan je denkt voordat je op de racefiets zit en weg bent, zijn lange afstanden veel logischer. Of het dan heel logisch is dat je een tocht in België gaat doen, is dan wel de vraag. Waarschijnlijk niet. Want dan is de kans aanwezig dat je op zaterdag om 4.15 (‘s ochtends!) wordt opgehaald. En dat was dan ook zo. En ‘s ochtends is het nog best koud, zo koud dat als het drie of vier keer zo warm wordt, het nog steeds koud is. Maar toch vertrokken ik en ‘mijn mannen’ (het voelde in de loop van de dag echt als mijn mannen, die mij nog een beetje in koers hielden) met een goed gevoel. Hoe ver kon 217 km nu zijn?

Best wel ver eigenlijk, ik zou bijna willen zeggen: te ver. Vooral omdat ik blijkbaar mijn klimcapaciteiten in Oeganda heb laten liggen, wat niet handig is in “de Waalse pijl” met z’n 4000 hoogtemeters (dus te vergelijken met een berg van 2500 meter hoogte en een van 1500 meter (of twintig hellingen van 200 meter hoog)). Elke meter omhoog was er eentje teveel, mijn snelheid daalde net zo hard als de weg steeg. Gelukkig bleven mijn “ploeggenoten” een beetje op mij letten en kon ik me enigszins in hun kielzog naar boven sleuren. Jammer genoeg konden ze weinig aan de temperatuur doen en helaas ook niets aan de regen. De laatste 40 km leken enigszins op een marteling. Koud, koud en nog eens koud. Verstijfde bovenbenen, vingers zonder gevoel, tenen die alleen nog maar door schoenen bij elkaar werden gehouden, een nek die nog maar in een positie geen pijn deed, over schouders en armen zwijg ik maar. De laatste kilometers gingen gelukkig naar beneden, anders was ik nooit aangekomen.

Maar de kilometers zitten in de benen, een verrekt effectieve dag wat dat betreft. Nu nog de rest van het dagelijkse leven oppakken.

Terug… En toen?

We zijn er weer. Hebben al weer veel familie en vrienden gezien. Zitten weer in ons eigen huis. Haast alsof we niet zijn weggeweest. Behalve dan dat degene die zei dat je lichaam dan wel met het vliegtuig kan gaan, maar dat je geest te paard er achteraan komt een wijs man (ik ga er voor het gemak er even vanuit dat het een man is, hoewel ik nu wel extra uitleg moet geven, dus was ‘iemand’ wellicht beter geweest) is. Oftewel, we voelen ons nog niet helemaal thuis, vandaar dat de blog ‘Terug… en toen?’ heet en niet ‘Thuis… en toen?’, hoewel dat eigenlijk een betere titel zou zijn.

Het is gewoon een beetje raar (dat we binnen een paar dagen op drie verschillende plekken hebben geslapen, helpt wellicht ook niet) om weer in nederland te zijn na zolang weg te zijn geweest  (zolang, dat sommige neefjes en nichtjes je niet meer herkennen… en wij hen bijna niet meer). Het is niet echt te omschrijven (en de vraag is of dat nodig is, maar vooruit, daar gaat-ie). Misschien is het te vergelijken met de automatische piloot. Je doet alles precies zoals het hoort, maar je bent er niet helemaal bij. Je loopt opeens gewoon in de supermarkt (die toch wel overweldigend groot is), je rijdt plotseling weer rechts (alhoewel, soms ook niet…), je kijkt naar jezelf en je ziet iemand in spijkerbroek, trui en sokken en denkt, hu, ben ik dat? Je hebt net zuurkool gemaakt en denkt na een paar happen, gek eigenlijk, dat ze hier zuurkool hebben (en dan ook nog zo heel erg lekker). Dat je water uit de kraan drinkt en je je opeens afvraagt of dat wel veilig is. Zoiets is het een beetje.

Het voelt precies als de eerste dagen in Lira, alleen dan andersom. Toen was er geen sprake van een automatische piloot, wisten we niet hoe en wat we moesten doen om te overleven (enigszins aangedikt), maar deden dat in ieder geval bewust. Nu is overleven een fluitje van een cent, maar hebben we geen enkele notie van wat we aan het doen zijn.

Voor de laatste keer… en voor het eerst

Met enige tegenzin begin ik aan deze blog. Een blog die ik al bijna een week van plan ben om te schrijven, maar eigenlijk helemaal niet wil schrijven. Zoals ik tegen iemand zei “het zit erop”, maar dat dekt toch niet helemaal de lading. Er was in ieder geval geen enkele spoor van opluchting in mijn stem te vinden. Binnen een paar dagen is het zover. We gaan weer naar Nederland. (Oeps, inmiddels zijn we er  al.)

De tijd van dingen voor de laatste keer doen is dus aangebroken. Tijd voor de laatste keer dit en de laatste dat… De laatste keer fietsen, de laatste keer kantoor, de laatste chapatti, de laatste blog, de laatste keer ‘the village’.

Tijd om afscheid nemen van onze vriendjes en vriendinnetjes hier; collega’s, chapattiverkopers, fietsenmakers, timmerman, ananasventers, klerenmakers, dominee, bodarijders en noem maar op.

Maar op de een of andere manier is het ook tijd om dingen voor het eerst te doen (afgezien van het bijdehante ‘voor het eerst afscheid nemen’). Zoals zelf boda rijden, zelf chappati maken, of heel simpel, voor het eerst verbranden (en dat in het regenseizoen…), een paar potjes pool achter elkaar winnen (en voor mirjam: van stefan winnen met poolen), een spijker in je band tijdens het fietsen (heel twijfelachtig op nog geen 50 meter van een fietsenmakertje).

Zo blijkt, er is altijd tijd voor iets, zeker in Oeganda.