Alle berichten van Stefan

Gastblog: Hoe Mirjams vader en Stefans moeder Oeganda ervaren

Beste mensen,

speijers evenaren
ook nog even de evenaar bekijken

Ooit in Afrika geweest ? Misschien denk je dan aan Zuid-Afrika ?
Nee, ik bedoel het echte Afrika.
Wie dacht dat Zuid-Afrika hetzelfde is als
Uganda, die vergist zich zeer. Uganda is echt Afrika: met zijn stof; prachtige theeplantages; koffieplantages; prachtige parken en droge savanne. Tenminste, als je er in het droge seizoen bent. Met malaria en andere enge ziekteverwekkers als bilharzia en gele koorts. Je moet ook niet in de Nijl gaan zwemmen. Dat is voorbehouden aan de eigen bevolking….

Kampala, de hoofdstad. 3 werelden door elkaar. En dan het verkeer. Als je denkt met je jarenlange ervaring als driver even in Kampala de wegen te bereiden: dan vergis je je zeer. Huur een driver en je mag hopen dat je in een paar uur van de ene kant naar de andere kant komt zonder kleerscheuren. Zorg voor een goede levensverzekering en reisverzekering. Zorg dat je een automonteur meeneemt als je een lange reis > 200km over de erg stoffige dirt roads maakt.

We waren er net voor het regenseizoen: Hoe het dan is gesteld met de wegen laat zich raden.

De mensen zijn de vriendelijlkheid zelve; Na alle ellende die ze de afgelopen jaren meegemaakt hebben ze zijn openharig, vriendelijk en hard werkend!

De parken waar veel wild voorkomt zijn prachtig. De rangers willen je in veel dingen terwille zijn.
Kortom : zeer de moeite waard om er eens een kijkje te nemen !

 ———————————————————————–

een boottochtje op de nijl
een boottochtje op de nijl

We rijden in onze huurauto, een bus, geen donderbus, maar een denderbus.
We rammelen door elkaar – schokbrekers stuk – remmen stuk – airco lekt.
Rode aarde, een grote rode stofwolk achter onze auto, maar ook bij onze tegenligger is dat het geval!
Na 35 jaar weer in Afrika. (Zuid Afrika tellen we even niet mee.)
Ja, zo was het en zo is het nog; dit is Afrika.
Warm en stoffig en bedrijvig en druk. Druk?
Kampala is één grote wirwar van auto’s, taxibusjes en boda’s (taximotors).
Heel veel winkeltjes langs de weg in de stad en onderweg.
Er is echt van alles te koop. Heel veel mobieltjes zijn er in de omloop.
Zonnepanelen zijn er ook, nog iets te weinig lijkt mij.
Wel kan de stroom een keer uitvallen en je moet water in flesjes kopen.
Soms zitten er grote gaten in de weg en en soms is er een strook ‘afgebladderd’ asfalt, zodat je niet weet waar je rijden moet en soms is er een stuk geribbelde weg – dat rijdt ook niet fijn – soms is er een stuk prachtig asfalt met gele strepen en soms zijn er grote drempels op de weg; je komt het allemaal tegen op de weg van Lira naar Kampala.

Heel fijn om Stefan en Mirjam te kunnen bezoeken.
Hebben ze wel in Nederland gewoond? Ze leven in Uganda als een vis in het water.
Nou ja het regenseizoen moet nog wel beginnen, maar toch.
In de Nijl was wel veel water en een mooie waterval en veeeel paarden, nijlpaarden bedoel ik.
Verder prachtige natuur en aardige mensen.
Hoe warm het was en hoe ver… en hoe echt.
Ik heb genoten van deze twee weken.

Bedankt Stefan en Mirjam.

En opeens… is alles anders

Ik voel me haast een oudtestamentische, door de woestijn trekkende israeliet (die, althans in mijn nederige opinie, weer een karikatuur is van de mensheid (zo bezien is het niet gek dat ik me zo voel)).

De donkere luchten pakken zich samen...
De donkere luchten pakken zich samen…

Hoe dat komt? Door een simpel klein regenbuitje, nou, vooruit dan maar, laat ik niet overdrijven, door een fikse paar uur durende stortbui. Opeens zijn alle ergernissen en narigheden van de drukkende, onontkoombare, nimmer aflatende hitte vergeten.

Vergeten dat het douchewater veel te warm werd om je af te koelen, vergeten dat het zo droog was dat het stof je alle hoeken van het huis liet zien, vergeten dat het huis niet afkoelde en je zwetend lag te wachten op de wat koelere ochtend zodat je dan misschien een paar uurtjes kon slapen voordat het alweer te warm was, vergeten, dat alles is vergeten.

De douche is zoveel kouder dat het een wonder is dat we nog niet verkouden zijn, alle wegen zijn modderig en plakkerig, alles is eigenlijk modderig, je kan sowieso nergens heen omdat het zo hard regent, uberhaupt wil je ‘s ochtends je bed niet uit, omdat het zo koud is.

Waar is toch de droge tijd? Toen hadden we het eigenlijk toch best goed…

Strak man!

Zo, gisteren weer eens het vooroordeel dat blanke gek zijn bevestigd. En dat niet alleen door midden op de dag te gaan fietsen. Alhoewel, nu ja, ‘het begon allemaal’ bij de voorbereidingen. Om te fietsen heb je een wielershirt nodig. Dat kan je proberen te ontkennen, maar dat zal niet gaan. Toen ik op de markt liep, zag ik opeens een wielershirt hangen. Maar helaas, een ‘L’, van veeL te groot voor Stefan. De verkoper was het daar, naar ik dacht vanuit verkooptechnisch oogpunt, niet mee eens. Vooruit, dacht ik bij mezelf, proberen kan altijd. Dus ik doe hem over mijn shirt aan (zo’n stralende witte buik kan ik de Oegandezen natuurlijk niet aan doen) en inderdaad, zelfs met een t-shirt eronder lubert-ie aan alle kanten. ‘Zie je wel’ wil ik zeggen, maar ik hoor: ‘Oh, hij past precies.’ En hij meent het nog ook.

‘Nee, hij moet strak zitten, echt strak.’

‘Haha, strak, hij zit toch helemaal goed. Doe je aan voetbal?’

Aha, dat verklaart het een en ander.

‘Nee, ik fiets.’ Mmm, dat klonk alsof ik er trots op ben. Ik wijs voor de duidelijkheid op het logo met een fiets dat op het shirt staat ‘En een fietsshirt moet strak zitten’ (ik wil haast toevoegen, ‘vraag maar aan mijn kringleider’, maar ik denk dat dat alleen maar meer vragen oproept(maar misschien heb ik op deze manier wel een evangelisatiekans om zeep geholpen)).

‘Echt strak? Hij’ en hij wijst naar een kleermakertje, terwijl hij zijn lachen haast niet kan inhouden, ‘kan hem wel strakker voor je maken.’

Nou ja, vooruit dan maar. Ik doe het shirt nog een keer aan en laat zien hoe strak het moet zitten. Drie hangjongeren hebben me in de gaten (hoe kan je een blanke niet in de gaten hebben) en zien wat ik wil. ‘haha, strak.’ en ik lach gezellig mee. Ondertussen heeft de kleermaker het shirt verschillende malen onder de naaimachine door gehaald en ik kan het nog een keer proberen. Kijk, dat lijkt er meer op. Helemaal controleren lukt niet met een t-shirt eronder, maar die kleermaker heeft wel een timmermansoog. Zonder meetlint, hop, in een keer klaar. Er echt trots op zijn, wil niet helemaal lukken, omdat elke Oegandees in een straal van twintig meter dubbel ligt van het lachen. ‘Haha, dat shirt.’ ‘Ah, muzungu!’ ‘Strak, strak.’

Kan je fietsen? fiets dan mee!

De meest inspannende ontspanning hier is voor mij fietsen. Waarschijnlijk zou dat ook voor veel Oegandezen gelden, ware het niet dat ze het niet als ontspanning doen. Fietsen doen ze in ieder geval genoeg. De fiets is niet zoals in Nederland een persoonlijk vervoersmiddel, maar een middel voor het vervoer van goederen of passagiers.

In Lira barst het van de fietsboda’s, oftewel fietstaxi’s. Op het achterrekje ligt een kussentje (meestal vrolijk geel, rood of blauw gekleurd) met een soort jasbeschermers (soms met extra versiering, zoals roze hartjes(met daarbij de aantekening dat er eigenlijk geen vrouwelijke fietsbodarijders zijn)) zodat je zonder een bont en blauwe kont op plaats van bestemming aankomt.

Natuurlijk geen foto van echt zwaar beladen fietsen te vinden...
Natuurlijk geen foto van echt zwaar beladen fietsen te vinden…

Een ander gebruik is het vervoer van goederen. En dat is dan net iets anders dan wat wordt rondgebracht door Nederlandse fietskoeriers. Grote zakken met groenten (en dan bedoel ik ook echt grote zakken, die boven de fietser uittorenen, of overdwars liggen en aan beide kanten bijna een meter uitsteken) of stapels hout die bijna de hele weg in beslag nemen, of kozijnen, of een bed, of een rol golfplaat. En dit wordt dan allemaal vervoerd op een soort opafiets, alleen dan een nog zwaardere uitvoering (wat enerzijds ook wel moet om al het gewicht fatsoenlijk aan te kunnen, maar wat anderzijds van het fietsen zonder enige bagage al een ramp maakt).

Maar goed, daar heb ik gelukkig allemaal geen ervaring mee. Ik heb een soort van heel goede fiets (een heuse raleigh (met voorvorkvering (die uiteraard niet werkt (maar daardoor niet minder zwaar weegt(daar gaan al de marginal gains))) en een heleboel versnellingen (die het zowaar ongeveer allemaal wel doen))) waarmee ik hier over de wegen vlieg. En af en toe is dat zelfs letterlijk(als een echte flying dutchman), want de drempels hier zijn hoog genoeg om als springplank te gebruiken (dit overigens tot groot vermaak van aanwezige oegandezen, die zoiets waarschijnlijk niet vaak hebben gezien (een beetje fietser probeert namelijk de drempels via de berm te ontwijken en als dat niet lukt remt hij af om rustig de hobbel te nemen(wat kan je ook anders als je zo zwaar beladen bent))).

Maar mijn eigenlijke bedoeling van de blog is niet om een verhaaltje over fietsen te vertellen, maar om je mee te nemen op een fietstochtje, zodat je het allemaal zelf kunt zien. Smeer jezelf eerst goed in met zonnebrandcreme, want de zon is hier gemeen fel.

‘Weet je zeker dat we nu moeten gaan?’

Het is inderdaad nog erg warm, maar we gaan niet naar de supermarkt op de hoek, dus we zijn wel eventjes onderweg. In het donker fietsen is hier niet zo heel erg veilig, dus we willen niet te laat thuis zijn. Vergeet ook je pet en bril niet (alles tegen zon en stof). Zo, kunnen we gaan?

‘Zeg jij het maar, Stefan, jij bent de baas.’

Oke, dan gaan we. De weg vanaf ons huis is, zoals je merkt, niet heel erg goed. Maar de rest van de weg is niet veel beter hoor, wees maar niet bang. Oh, hier stoppen we even.

‘Nu al? ik dacht dat we niet naar de supermark op de hoek gingen.’

Gaan we bijdehand doen? Wat dacht je van wat eten voor onderweg? Ik koop meestal hier wat chapats. Energierepen kennen ze hier niet echt.

‘Ga jij nu bijdehand doen?’

Sorry, dan gaan we nu echt. Hier komen we langs een marktje waar we weleens wat groente halen. We nemen hier dit smalle tussendoorpaadje. Het is hier vaak druk, omdat ze links water halen. Die jerrycans zijn namelijk niet voor benzine bedoeld. En dan nu een stuk asfalt. Dit is de doorgaande weg. Oh ja, zoals je merkt moeten we links fietsen. Bij die fabriek, of wat het ook precies is, gaan we naar links, weer van het asfalt af.

‘Dat ziet er wel uit als een leuke mountainbikeroute.’

Mountainbikeroute of doorgaande weg?
Mountainbikeroute of doorgaande weg?

Ja, in Nederland doen ze moeite om dit soort wegen aan te leggen ter ontspanning, hier mag je blij zijn als dit soort wegen er uberhaupt liggen. Als je trouwens mensen tegenkomt, gewoon zwaaien, of “apoyo” (korte (en uitspreekbare) versie van hoe gaat het) zeggen. Pas op, een vrachtwagentje, die rijden hier soms snoeihard langs.

‘Uche uche’

Ja en ze nemen dan een flinke stofwolk mee. Voor een kort ritje ga ik hier anders naar rechts, maar we gaan nu rechtdoor. Zometeen is er een stukje waar ze met de weg bezig zijn. Het is hier een beetje moerasachtig en ze zijn bezig met het verbinden van de twee delen met duikers, zodat, als het goed is, de boel minder overstroomt in de regentijd. Gaat het trouwens nog een beetje? Als we straks bij de rotonde zijn…

‘Rotonde? Hier een rotonde, in “the middle of nowhere”? Je maakt een grapje. Maar het gaat nog prima hoor, het is een prima tempo.’

Mooi, maar er is echt een rotonde. En zo “in the middle of nowhere” zitten we niet. Dit is Bala, een redelijk groot dorp, en er komen hier een paar belangrijke wegen samen. Dan hebben we ongeveer 20 kilometer gefiets. We gaan bij de rotonde naar rechts, naar een lange rechte weg van zo’n 10 tot 15 kilometer.

‘Poef, dat klinkt saai’

Dat valt gelukkig wel mee. Het gaat net als deze weg op en af, zodat je nooit heel ver voor je kunt zien. Ik zal je trouwens niet vermoeien met teveel gepraat, kijk gewoon zelf lekker om je heen en geniet van het mooie uitzicht.

‘Wow, het ziet er hier trouwens wel echt Afrikaans uit zeg. De rode weg, ronde hutjes met grasdaken, kleine kindertjes die langs de weg staan te kijken, mensen die water halen.’

Haast idyllisch, he?

‘Ja, je boft maar dat je hier zo kunt fietsen.’

De harde idyllische werkelijkheid
De harde idyllische werkelijkheid

Nou ja, voor de mensen hier is het allemaal keiharde werkelijkheid. Ik vind het toch altijd een beetje gek dat ik hier voor m’n lol een beetje rondrijd. Maar ach, aan de andere kant geef ik ze weer een leuk moment.

‘Voor je lol, ik vind het ondertussen niet meer zo lollig, is het nog ver?’

We kunnen hier wel even stoppen, even cola kopen, weliswaar nepcola, maar je moet toch wat drinken. Zo, kan je er weer tegenaan?

‘Het moet maar, dat jij in deze hitte nog een beetje kunt functioneren zeg.’

Nou, dat was ook wel even wennen hoor, maar als ik nu op de fiets zit, dan gaat het allemaal wel prima. Zo, dat was deze weg, we gaan weer naar rechts. Nu rijden we een stuk langs een ander moeras, dat ook wel “okole river” wordt genoemd, daarna komen we weer op de grote weg. Het moeras gebruiken ze trouwens voor allerlei verschillende zaken. Om water halen, kleding te wassen, of fietsen, of auto’s en natuurlijk om te vissen.

‘Ah ja, ik zie het. Ik vroeg me al af of die auto van de weg was geraakt.’

Vanaf de grote weg is het trouwens nog zo’n 20 kilometer. En pas op, ze hebben hier zomaar een strook asfalt liggen.

‘Grapjas’

‘Verrek, er ligt hier inderdaad asfalt. Gaat dat door tot de grote weg?’

Nee, het houdt gewoon gewoon net zo plotseling op als het begonnen is.

‘Ha, eindelijk de grote weg, ik werd de weg wel een beetje beu hoor. Die kuilen en al dat stof en de motors die voorbij komen crossen en al die mensen die je aanstaren, dat voelt toch inderdaad een beetje gek. Het is nu toch gewoon de weg volgen?’

Jep, we zijn er nu binnen het uur. En we zijn nu, even kijken, een uur en drie kwartier onderweg. Dat gaat sneller dan ik dacht.

‘Uhm, niet om het een of ander, maar kunnen we dan misschien iets langzamer rijden?’

Ow hier rijden trouwens hele grote vrachtwagens die zich zoveel van fietsers aantrekken dat ze toeteren, maar niet van richting veranderen. Als er een tegenligger is en er komt een vrachtwagen, of een gewone auto, achterop, gewoon de berm induiken.

Dat het steil is, is misschien niet duidelijk te zien, maar ze lopen rechts niet voor niets.
Dat het steil is, is misschien niet duidelijk te zien, maar ze lopen rechts niet voor niets.

‘Ik dacht dat het noorden van oeganda vlak was.’

Tsja, zo vlak als Nederland krijg je het nergens (misschien sommige zoutvlaktes daargelaten). Maar het zijn inderdaad nog wel redelijke klimmetjes.

Hier naar links, dan zijn we weer op het tussendoorpaadje van het begin. En nu zijn we er helemaal.

‘Goed dat je het zegt, ik had het niet herkend.’

‘En hoeveel was het nu in totaal en hoe lang hebben we er over gedaan?’

En uitgezocht: 58 kilometer.
En uitgezocht: 58 kilometer.

Volgens mij is dit rondje iets van zestig kilometer, maar ik moet dat eigenlijk nog een keertje goed uitzoeken. En we hebben er iets meer dan tweeënhalfuur overgedaan. Niet slecht, al zeg ik het zelf. Volgende keer wat harder fietsen en we halen de 25 gemiddeld.

‘Dat doe je dan maar in je eentje.’

Vond je het niet leuk dan?

‘Ik vond een keertje, om een indruk te krijgen, eigenlijk wel genoeg.’

 

Een gewone, doodnormale, doordeweekse zondag

Maar Stefan, dat kan toch helemaal niet! Ja, nee en toch wel. Zoals jullie wellicht al wel door hebben, zijn de laatste berichten op zondag geschreven. Zondag schrijfdag, als het ware. En aangezien ik nu schrijf, moet het wel zondag zijn. Daarnaast hoeft doordeweeks natuurlijk niet letterlijk doordeweeks te betekenen (en dan ga jij, Stefan, opeens dingen niet letterlijk nemen?). Het kan hetzelfde betekenen als standaard, of als gewoon, of als doodnormaal. Bovendien was het niet helemaal een standaard zondag (maar in zekere zin ook weer wel). Het is eigenlijk een heel mooie titel (als ik het zelf zeg). Eerst een drievoudige opbouw (dries zijn altijd goed) en daarna een tegenstelling, die je wakker schudt en die bovendien mooi is, omdat het niet gewoon is.

Als je een enigszins geoefende lezer van deze blog bent, heb je bovenstaande stuk overgeslagen, omdat je weet dat dat toch altijd gezever is. Dan nu het ware verhaal over zondag 8 februari 2015. Een dag, die, zoals de afkondiger in de kerk zei, maar eenmalig is, nooit eerder geweest is en nooit meer zal komen. En, zo voegde hij er aan toe, daarom is het een goed idee om van de dag te genieten, anders is het een verloren dag, die je nooit meer goed kunt maken. We zijn ‘s ochtends weer naar de kerk geweest. Hij begint nog steeds te vroeg (om 7 uur), maar het voordeel is dat als de kerkdienst is afgelopen, je nog de hele dag voor je hebt. Ware het niet dat de dienst pas kwart voor tien afgelopen is en je daarna verplicht met ‘papa bishop’ thee moet drinken (en waag het niet om niet ook bananen, of brood, of eieren te bestellen). De preek werd gehouden door een Rwandees (in het Swahili), een van de oprichters van de oegandese kerk ‘all nations’. Hij had geen vrolijke boodschap. Het ging over de moeilijkheden die je gaat krijgen (de beker die je moet drinken) als christen. En dat je die niet uit de weg moet gaan. Want het mooie is, dat het je zal lukken en dat er dan een mooie toekomst voor je in het verschiet ligt.

stroomuitval
geen stroom? geen nood!

En dan weer over tot de orde van de dag. Terug thuis was het lam liggen en een beetje lezen en doen alsof het niet ontzettend heet was. Aangezien we niet echt iets als middageten in huis hadden, besloten we om ergens te gaan eten in een hotel. Dat hotel heeft een mooie tuin met bomen, zodat je lekker in de schaduw kunt zitten. Maar als er geen stroom is, staat juist daar een gigantisch aggregaat te ronken. En laat er nou net dat weekend geen stroom zijn (gepland (ja, je leest het goed, gepland) onderhoud). Een ander hotel dan maar. Na veel te veel varkensvlees konden we daar ook nog even poolen. Bij deze tafel lag het laken los, dat was weer een nieuwe ervaring.

devisvijver
Mirjam, Nick en een van de vijvers

Ondertussen had een vriend van AFSRT (het kantoor waar we werken) gebeld. Zaterdag hadden we bij zijn viskwekerij willen kijken, maar dat was niet gelukt. Maar deze middag zou wel kunnen. Dus stapten we na het poolen weer op de fiets en gingen we naar de andere kant van de stad. Na wat geslinger over kleine paadjes kwamen we bij zijn kwekerij aan. Hij heeft drie vijvers, met meerval en tilapia. De locatie is erg goed, het ligt half in een moeras, zodat er water enoeg is. Hij heeft plannen om nog iets uit te breiden en dan vis te gaan verkopen aan hotels of restaurants. Daarnaast heeft hij ook een kleine boomkwekerij. En dat allemaal terwijl hij een drukke baan op kantoor heeft en, niet te vergeten, is hij ook nog eens dominee. Dat lijkt mij een veel-te-veel-urige-werkweek. Hij vond het zelf ook jammer dat hij sommige dingen niet meer kan doen, maar ja, nog maar vijftien jaar zo doorgaan en hij kan stoppen met werken (zoals hij zelf zei).

zwaaienmaar
munu bye!

Het was niet lang verborgen gebleven dat er twee blanken bij de viskwekerij waren. Toen we weer bij het begin waren, stonden zo’n vijftien kindertjes ons op te wachten. Blanken zien is al bijzonder, maar heb je hun huid wel eens gevoeld? Eerst durfde een meisje heel snel even langs Mirjams arm te gaan. Ook hier geldt, als er een schaap over de dam is, volgen er meer. Dus hadden we vijftien kinderen die onze armen wilden voelen. Een lol dat ze hadden, wij trouwens ook.

En zo verstreek de middag. Onze vriend wilde ons per se meenemen naar een restaurant waar ze het beste varkensvlees van lira hebben, dus ja, nog mee varkensvlees (toch niet heel verwonderlijk dat ik me de volgende dag niet helemaal lekker voelde). We hebben nog wat gepraat over zijn plannen en de ontwikkeling van Lira. Volgens hem deed Lira het heel goed. Als voorbeeld van de vooruitgang noemde hij het grote aantal kerken in steen in de omgeving van Lira, terwijl in andere regio’s de kerken uit een houten skelet bestaan, waar dan een zeil over gegooid wordt als er een dienst is. Een stenen kerk betekent dat mensen geld en tijd hebben. Ook over hoe dat kwam had hij een theorie. Deels omdat ze hard werken (een duidelijker voorbeeld dan hijzelf is er niet), deels omdat het mensen in de vluchtelingenkampen (tijdens de burgeroorlog) duidelijk werd dat veel kinderen, ook veel kosten betekent. Ze doen iets meer aan familieplanning, wat een grote invloed zou hebben. Dat was erg interessant om te horen, maar ik was blij dat we uiteindelijk weer op de fiets konden stappen en stapvoets naar huis konden rijden (het was ondertussen aardedonker (zodat je de aarde niet meer kon onderscheiden), want op de een of andere manier deed de maan het niet).

Eindelijk weer thuis, tijd om een beetje te lezen, ondanks de hitte bijna in slaap te vallen, dan maar naar bed gaan en daar niet in slaap kunnen vallen en wachten tot maandag. Dat was weer een gewone, doodnormale, doordeweekse zondag.