Coöperaties, contracten en handelaren

Kampala
Uitzicht op Kampala

Maar wat doen we hier nu eigenlijk…? We zijn eerst 10 dagen in Kampala (de hoofdstad) geweest, waar ik een aantal afspraken had om me verder voor te bereiden op mijn onderzoek. Bijvoorbeeld bij SNV, de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie waar ik mee samenwerk, en bij de grootste (en oudste) universiteit van Oeganda, Makerere. SNV heeft vorig jaar onderzoek gedaan in de oliezadensector (daarover zometeen meer) en mijn onderzoek bouwt daar  verder op door. Dus interessant om van hen te horen wat nog openstaande vragen zijn en feedback te krijgen op mijn onderzoeksideeën.

ons tijdelijke huis in Lira
ons tijdelijke huis in Lira

Inmiddels zijn we alweer 2 weken in Lira, Noord Oeganda, vanwaar ik mijn onderzoek ga doen. We wonen momenteel bij andere Nederlanders in huis, die we 2 weken geleden voor het eerst hebben ontmoet (maar waar we aan gelinkt waren via een collega van mij in Wageningen, altijd handig zulke contacten!). We mogen, erg gastvrij, bij hun in huis blijven tot we onze eigen woning hebben. Wat over ongeveer anderhalve week is, we nemen dan het huis van een Spaanse mzungu over die dan weer naar Spanje vertrekt (het lijkt Sinterklaas wel…).

straatbeeld Lira
Straatbeeld Lira

Lira is een stadje van ongeveer 250 tot 300.000 inwoners (niemand die het precies weet), en bevalt ons goed. Lang niet zo druk en hectisch als Kampala, maar genoeg bedrijvigheid, en de meeste dagelijkse dingen lijken hier wel verkrijgbaar te zijn. Zoals de mountainbikes die we meteen maar aangeschaft hebben, en er schijnt zelf een supermarkt met (ingevroren) Gouda kaas te zijn…!

Over onze verdere dagelijkse beslommeringen heeft Stefan al het een en ander geschreven, dus ik dacht, laat ik eens wat meer schrijven over mijn onderzoek (ook omdat de ‘wat we hier doen’ en ‘waar we dat doen’ gedeelten van deze website op de een of andere manier nog steeds niet opgevuld zijn…).

Mijn onderzoek gaat dus over de oliezadensector, oftewel soya, simsim (sesamzaad), groundnuts (soort pinda’s) en sunflower. Dit zijn allemaal gewassen die het hier goed doen, en die boeren in meer of mindere mate voor de markt produceren (als in, ‘in mindere mate’ betekend dat het vooral thuis geconsumeerd wordt, wat vooral voor simsim en groundnuts geldt). Lira is de grootste stad in de regio en een belangrijk ‘hub’ voor de sector: er zitten hier heel veel handelaren die de oliezaden van boeren opkopen, en dan doorverkopen aan ‘millers’: bedrijven die de olie uit de oliezaden persen en vervolgens verkopen als, bijvoorbeeld, zonnebloemolie. Maar er zijn ook millers die hun eigen ‘opkopers’ in dienst hebben, en dus zelf de zaden van de boeren kopen (zogenaamd contract farming). En een derde manier is dat boeren hun zaden aan coöperaties kwijt kunnen, die ze dan weer door kunnen verkopen aan traders, of direct aan millers.

verkoop van simsim
verkoop van simsim

Het is de bedoeling om deze drie kanalen van ‘bulking’ (het ‘ophopen’ van de productie van boeren) in kaart te brengen, en te begrijpen hoe ze precies werken. Onder wat voor afspraken verkopen boeren hun oogst aan handelaren, of aan coöperaties? Waarin verschillen die afspraken van elkaar, en hoe worden die beïnvloedt door bijvoorbeeld de marktprijs, de infrastructuur, de afstand tot Lira? En wie werkt er samen met wie?

Ik kan me voorstellen dat je je dan afvraagt wat het nut hier precies van is, zoals mijn vader vroeg toen ik aan mijn promotie-onderzoek begon: en is dit nou écht nog nooit eerder onderzocht…? Naar 2 van deze kanalen, coöperaties en contract farming, is al behoorlijk wat onderzoek gedaan. Maar het derde kanaal, de handelaren, is veel minder onderzocht. Onder andere omdat dit het meest informele kanaal is. Het wordt daardoor vaak bestempeld als ‘traditioneel’, en er wordt vaak gezegd dat boeren door handelaren (ook wel ‘middlemen’ genoemd) worden uitgebuit, door middel van oneerlijke weegschalen en te lage prijzen. Via een coöperatie bijvoorbeeld krijgen ze waarschijnlijk een betere prijs voor hun oogst omdat er dan geen tussenpersoon is die ook geld wil verdienen, en een coöperatie kan, als ze veel leden heeft, de zaden in een veel groter volume verkopen, waar sommige bedrijven blij mee zijn en meer geld voor geven. Maar… ook een coöperatie kan nadelen hebben voor een boer. Bijvoorbeeld dat een boer op zijn geld moet wachten tot de coöperatie de opbrengst van de verkoop binnen heeft (een paar weken tot soms zelfs een paar maanden), terwijl de middlemen de boer direct cash geeft. Wat van grote waarde is op het platteland waar je niet zomaar een bankrekening hebt waar je je geld op hebt staan, en je dus als ‘spaargeld’ bijvoorbeeld wat zaden in huis hebt die je verkoopt op het moment dat je geld nodig hebt. Een ander voordeel van middlemen is dat zij vaak, voor mensen die in ver afgelegen gebieden wonen, de enige markttoegang vormen. En iets anders is dat handelaren soms net zo goed het idee hebben dat ze door boeren worden benadeeld: boeren maken soms de zakken waarin hun oogst zit zwaarder met stenen en zand zodat ze er meer voor krijgen.

verkoop van zonnebloemolie
verkoop van zonnebloemolie

Goed, ik zal proberen het niet te lang te maken (als jullie even geduld hebben dan kun je hier over 3 jaar mijn boek over lezen ;-)), maar feit is dus dat het trader-kanaal meer aandacht verdient, in onderzoek, maar ook onder ontwikkelingsorganisaties. Ontwikkelingsorganisaties richten zich meestal op de meer formele wegen van markttoegang, zoals coöperaties en contract farming, terwijl de (tussen)handelaren nog in heel veel rurale markten nog steeds een groot deel van de markt in beslag nemen (in Lira ongeveer 60%). Voor ontwikkelingsorganisaties zoals SNV kan het dus interessant zijn om dit kanaal beter te begrijpen, zodat ze zich beter kunnen richten op het ondersteunen van handelaren en hun behoeften.

En wat ben ik dan nu aan het doen? In Lira werk ik samen met een lokale partner van SNV, AFSRT (Agency for Sustainable Rural Transformation), die weer veel contacten in de oliezadensector hebben. Ik heb nu afgelopen week met belangrijke personen uit de sector interviews gehad, om een beter totaalplaatje van de sector te krijgen. En daarnaast wil ik de komende weken vooral proberen veel van het opkopen (bulken) te observeren: door bijvoorbeeld een dag naar een ‘collection center’ van een cooperatie te gaan waar van boeren wordt opgekocht, of een dag met een middlemen mee te gaan naar de boeren van wie hij opkoopt.

En wat Stefan precies doet… dat horen jullie een volgende keer!

PS: voor wie meer wil lezen over het belang van de informele sector voor landbouwontwikkeling: small producer agency in a globalized market.

60 gedachten over “Coöperaties, contracten en handelaren

  1. Duidelijk verhaal.
    Hopelijk wordt het volgende verhaal over de werkzaamheden van Stef ook zo glashelder :-) .

Reacties zijn gesloten.