op de weg terug

Om de draad van het dagelijkse bestaan maar op te pakken,  ben ik weer gaan wielrennen. De bekende uitspraak ‘de tour win je in bed’ is alleen van toepassing tijdens de tour zelf, naar aanloop van de tour hoort het bed er wel bij, maar veel kilometers maken ook, dat vooral. Niet dat ik nu op weg ben naar de tour (in zekere zin ook weer wel natuurlijk), maar ook ik moet veel kilometers maken. Nu kan dat op twee manieren (eigenlijk drie, maar de derde is een combinatie van de twee manieren), namelijk heel veel korte afstanden fietsen of af en toe heel lange afstanden (en de combinatie is dus heel veel lange afstanden fietsen). Omdat het altijd weer meer tijd kost dan je denkt voordat je op de racefiets zit en weg bent, zijn lange afstanden veel logischer. Of het dan heel logisch is dat je een tocht in België gaat doen, is dan wel de vraag. Waarschijnlijk niet. Want dan is de kans aanwezig dat je op zaterdag om 4.15 (‘s ochtends!) wordt opgehaald. En dat was dan ook zo. En ‘s ochtends is het nog best koud, zo koud dat als het drie of vier keer zo warm wordt, het nog steeds koud is. Maar toch vertrokken ik en ‘mijn mannen’ (het voelde in de loop van de dag echt als mijn mannen, die mij nog een beetje in koers hielden) met een goed gevoel. Hoe ver kon 217 km nu zijn?

Best wel ver eigenlijk, ik zou bijna willen zeggen: te ver. Vooral omdat ik blijkbaar mijn klimcapaciteiten in Oeganda heb laten liggen, wat niet handig is in “de Waalse pijl” met z’n 4000 hoogtemeters (dus te vergelijken met een berg van 2500 meter hoogte en een van 1500 meter (of twintig hellingen van 200 meter hoog)). Elke meter omhoog was er eentje teveel, mijn snelheid daalde net zo hard als de weg steeg. Gelukkig bleven mijn “ploeggenoten” een beetje op mij letten en kon ik me enigszins in hun kielzog naar boven sleuren. Jammer genoeg konden ze weinig aan de temperatuur doen en helaas ook niets aan de regen. De laatste 40 km leken enigszins op een marteling. Koud, koud en nog eens koud. Verstijfde bovenbenen, vingers zonder gevoel, tenen die alleen nog maar door schoenen bij elkaar werden gehouden, een nek die nog maar in een positie geen pijn deed, over schouders en armen zwijg ik maar. De laatste kilometers gingen gelukkig naar beneden, anders was ik nooit aangekomen.

Maar de kilometers zitten in de benen, een verrekt effectieve dag wat dat betreft. Nu nog de rest van het dagelijkse leven oppakken.

88 gedachten over “op de weg terug

Reacties zijn gesloten.